
Beginner
Build upon basic knowledge with expanded vocabulary and grammar concepts. This course bridges the gap between complete beginners and intermediate learners, focusing on everyday grammar usage and common language patterns.
Onderwerpen in deze cursus

Persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden
ElementaryPersoonlijke voornaamwoorden ('personal pronouns') vervangen zelfstandige naamwoorden, zodat je ze niet hoeft te herhalen. 'Possessive adjectives' laten zien van wie iets is. Ze zijn heel belangrijk in het dagelijks leven.

Bijwoorden (Adverbs)
ElementaryBijwoorden geven ons meer informatie over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord. Ze vertellen ons hoe, wanneer, waar of hoe vaak iets gebeurt.

Zinsdelen (Parts of a sentence)
ElementaryBegrijp met deze uitleg hoe zinnen werken en hoe ze zijn opgebouwd!

Aanwijzende voornaamwoorden (Demonstratives)
ElementaryAanwijzende voornaamwoorden helpen ons te laten zien waar iets is of over welk ding we het hebben.

Het werkwoord to be (Present Simple)
ElementaryDoor 'to be' te leren, open je de deur naar eenvoudige, duidelijke en nuttige zinnen. Het is de eerste stap om Engels te spreken!

Gebiedende wijs (Imperative)
ElementaryEen gebiedende zin is een zin die de lezer een instructie geeft, een verzoek doet of een bevel geeft.

Woordsoorten (Parts of speech)
ElementaryHet is belangrijk om de woordsoorten te begrijpen, want dat helpt ons om correcte zinnen te bouwen, nieuwe woorden sneller te begrijpen en te leren, grammaticaregels goed toe te passen en gedachten helder uit te drukken.

