Bijwoorden (Adverbs)
Bijwoorden geven ons meer informatie over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord. Ze vertellen ons hoe, wanneer, waar of hoe vaak iets gebeurt.
1.Soorten bijwoorden
1.1Bijwoorden van frequentie
Deze bijwoorden (adverbs) vertellen ons hoe vaak iets gebeurt.
Voorbeelden: always, usually, often, sometimes, rarely, never enz.
Bijwoorden van frequentie staan meestal vóór het hoofdwerkwoord (main verb), maar na het werkwoord 'to be'.
| Voorbeeld | Werkwoord |
|---|---|
| I always eat breakfast at 7 a.m. Ik ontbijt altijd om 7 uur. |
eat |
| She often goes to the gym after work. Ze gaat vaak na haar werk naar de sportschool. |
goes |
| They rarely watch TV. Ze kijken zelden tv. |
watch |
| He is never late. Hij is nooit te laat. |
is |
Usually, often, sometimes en occasionally kunnen ook aan het begin of aan het eind van een zin (sentence) staan, maar de natuurlijkste en meest gebruikelijke plaats blijft vóór het hoofdwerkwoord / na het werkwoord 'to be'. Always en never blijven in het midden.
Test jezelf
1.2Bijwoorden van tijd
Deze bijwoorden (adverbs) vertellen ons wanneer iets gebeurt.
Voorbeelden: now, today, yesterday, tomorrow, soon, later, last night enz.
Bijwoorden van tijd staan meestal aan het eind van de zin (sentence), maar ze kunnen ook aan het begin staan.
| Voorbeeld |
|---|
| We will meet tomorrow. We zien elkaar morgen. |
| I finished the report yesterday. Ik heb het rapport gisteren afgemaakt. |
| Today, I'm feeling great! Vandaag voel ik me geweldig! |
Test jezelf
1.3Bijwoorden van plaats
Deze bijwoorden (adverbs) vertellen ons waar iets gebeurt.
Voorbeelden: here, there, everywhere, outside, inside, upstairs enz.
Bijwoorden van plaats staan meestal na het hoofdwerkwoord (main verb) of aan het eind van de zin (sentence).
| Voorbeeld |
|---|
| She is waiting outside. Ze staat buiten te wachten. |
| The kids are playing upstairs. De kinderen spelen boven. |
| Come here, please. Kom hier, alsjeblieft. |
| We looked everywhere, but couldn't find it. We hebben overal gezocht, maar we konden het niet vinden. |
Test jezelf
1.4Bijwoorden van wijze
Bijwoorden (adverbs) van wijze vertellen ons hoe iets gebeurt. Ze beschrijven de manier waarop iemand een handeling (action) uitvoert.
Voorbeelden: quickly, carefully, loudly, happily, easily, well enz.
Bijwoorden van wijze staan meestal na het hoofdwerkwoord (main verb) of na het lijdend voorwerp (object), als dat er is. Soms kunnen we ze aan het begin van een zin (sentence) zetten.
| Voorbeeld | Plaats |
|---|---|
| He speaks loudly. Hij praat luid. |
na het hoofdwerkwoord |
| She dances well. Ze danst goed. |
na het hoofdwerkwoord |
| He plays the guitar well. Hij speelt goed gitaar. |
na het lijdend voorwerp |
| They are building the house carefully. Ze bouwen het huis zorgvuldig. |
na het lijdend voorwerp |
| Happily, they went on vacation. Gelukkig gingen ze op vakantie. |
aan het begin |
Test jezelf
2.Veelgestelde vragen
Welke soorten bijwoorden zijn er in het Engels: van frequentie, tijd, plaats en wijze?
Bijwoorden van frequentie zeggen hoe vaak iets gebeurt, bijwoorden van tijd wanneer, bijwoorden van plaats waar en bijwoorden van wijze hoe. In het Engels heten ze adverbs of frequency, time, place en manner. In «She usually walks to school» is usually een bijwoord van frequentie, in «We met yesterday» is yesterday een bijwoord van tijd, in «The kids are playing upstairs» is upstairs een bijwoord van plaats en in «He speaks loudly» is loudly een bijwoord van wijze.
Waar staan bijwoorden van frequentie (always, usually, often) in een Engelse zin?
Bijwoorden van frequentie (adverbs of frequency) staan vóór het hoofdwerkwoord (main verb), maar na to be: «I always eat breakfast», maar «He is never late». In het Nederlands staat het bijwoord vaak na het werkwoord («Ik drink altijd koffie»), vandaar de typische fout «I drink always coffee». Zeg dus «She always runs to school», niet «She runs always to school», en «They are often busy», niet «They often are busy». Sometimes en often kunnen ook aan het begin of eind van de zin staan, maar always en never staan meestal in het midden.
Bijwoord van wijze: is «He speaks well English» goed Engels?
Nee, een bijwoord van wijze (adverb of manner) staat niet tussen werkwoord en lijdend voorwerp: «He speaks English well», niet «He speaks well English». In het Nederlands is «Hij spreekt goed Engels» heel gewoon, maar in het Engels komt het lijdend voorwerp (object) direct na het werkwoord en het bijwoord daarna: «He plays the guitar well», «Please read the instructions carefully». Zonder lijdend voorwerp staat het bijwoord direct na het werkwoord: «She dances well».
Good of well: welk van de twee is het bijwoord?
Well is het bijwoord (adverb) en good het bijvoeglijk naamwoord (adjective): «She dances well», niet «She dances good». In het Nederlands is «goed» allebei («een goed boek», «Ze danst goed»). In het Engels gebruik je good voor een zelfstandig naamwoord en na to be («a good dancer», «The food is good») en well om te zeggen hoe iemand iets doet: «He plays tennis well». Op «How are you?» zeg je «I'm good» of «I'm well»; «I'm well» kan ook betekenen dat je niet ziek bent.
Waar staan every day, once a week en andere frequentie-uitdrukkingen in een Engelse zin?
Frequentie-uitdrukkingen als «every day» en «once a week» staan meestal aan het eind van de zin: «I check my email every day». Ze zijn preciezer dan often of sometimes. Je maakt ze met once, twice of three times + a + day, week, month of year («We have English twice a week»), of met every («every month», «every three months»). Zeg «She visits her parents once a week», niet «She once a week visits her parents».

