Videoles · Present Perfect
Zinsconstructies / regelmatige werkwoorden
Om de present perfect tense te vormen, volg je deze basisregels: S = onderwerp (subject) 3 p.s. = derde persoon enkelvoud (singular: he / she / it) hasn't = has not haven't = have not QW = vraagwoord (question word)
Lees de volledige les: Present Perfect →








