
Intermediate
For learners who have grasped the basics and are ready to tackle more complex grammar structures. This course expands your grammatical range with focus on perfect tenses, passive voice, and more sophisticated sentence construction.
Onderwerpen in deze cursus

Onregelmatige werkwoorden, deel 2 (Irregular verbs)
IntermediateHier is een lijst met veelgebruikte onregelmatige werkwoorden voor leerders op middelbaar niveau. Deze werkwoorden komen vaak voor in alledaagse gesprekken en in geschreven taal.

Verwarrende werkwoorden (Confusing verbs)
IntermediateIn het Engels kunnen sommige werkwoorden (verbs) verwarrend zijn, omdat ze vergelijkbare vormen of betekenissen hebben of een ongewoon patroon volgen. Deze werkwoorden leiden vaak tot fouten, zelfs bij moedertaalsprekers.

Present Simple vs Present Continuous
ElementaryWaarheden, routines, handelingen die bezig zijn, toekomstplannen... Present Simple en Present Progressive. Leer ze allebei beheersen en maak je Engels dynamisch en precies!

Future Continuous
IntermediateDe tijd future progressive beschrijft handelingen die op een bepaald moment in de toekomst bezig zullen zijn, of handelingen die voor de toekomst gepland of te verwachten zijn.

Present Perfect vs Present Perfect Continuous
IntermediateBegrijp het verschil tussen afgeronde handelingen en situaties die nog bezig zijn. Leer de juiste nadruk te herkennen.

Will en going to
ElementaryDe tijd future simple gebruik je voor spontane beslissingen, beloften of voorspellingen die op je eigen mening berusten (bijv. I think it will rain - 'Ik denk dat het gaat regenen'). De constructie 'to be Going to' gebruik je voor geplande handelingen of voorspellingen die op zichtbare aanwijzingen berusten. Laten we het verschil in gebruik bekijken!

Present Perfect Continuous
IntermediateDe tijd present perfect progressive gebruik je in het algemeen om te praten over situaties die in het verleden zijn begonnen en nog steeds doorgaan, of die net zijn gestopt en een resultaat in het heden hebben.

Present Perfect
IntermediateDe tijd present perfect verbindt het verleden met het heden: hij laat handelingen of ervaringen zien die op een onbepaald moment vóór nu hebben plaatsgevonden, of die in het verleden zijn begonnen en tot nu doorlopen. Hij wordt vaak gebruikt met signaalwoorden als 'already', 'yet', 'just' of 'since' om het verband met het heden te benadrukken.

Be going to
ElementaryWe gebruiken deze constructie om te praten over toekomstige handelingen en gebeurtenissen die al een band met het heden hebben. Als we zeggen dat er in de toekomst iets gaat gebeuren, is dat meestal al gepland of besloten, of het begint al te gebeuren, of we zien er nu al tekenen van. Deze constructie is heel gewoon in informele taal, vooral in gesproken taal.

Past Simple
ElementaryDe tijd 'past simple' gebruik je om acties, gebeurtenissen of situaties te beschrijven die op een bepaald moment in het verleden zijn afgerond. Je gebruikt hem vaak om verhalen te vertellen, over ervaringen uit het verleden te praten of het over vroegere gewoontes en routines te hebben.

Present Perfect vs Past Simple
IntermediateDe tijd past simple gebruik je voor handelingen die op een bepaald moment in het verleden zijn afgerond, terwijl present perfect handelingen uit het verleden met het heden verbindt. Leer deze tijden goed beheersen, zodat je vlotter Engels spreekt en je duidelijker uitdrukt!

Past Simple vs Past Continuous
Intermediate'Past simple' wordt gebruikt voor handelingen die op een bepaald moment in het verleden gebeurden en afgerond waren, terwijl 'past progressive' handelingen beschrijft die op een bepaald moment in het verleden aan de gang waren. Nu kun je leren het verschil te zien!

Zero conditional (if-zin type 0)
IntermediateZero conditional gebruik je om wetenschappelijke feiten en directe verbanden te beschrijven - duik in de wereld van de zekerheid!

First conditional (if-zin type 1)
IntermediateDe 'first conditional' beschrijft mogelijke toekomstige situaties en de waarschijnlijke gevolgen daarvan.

Second conditional (if-zin type 2)
Intermediate'Second conditional' drukt hypothetische, irreële of onwaarschijnlijke situaties in het heden of de toekomst uit, en de denkbeeldige gevolgen daarvan.

Past Continuous
IntermediateDe tijd 'past progressive', ook bekend als 'past continuous', beschrijft handelingen of gebeurtenissen die op een bepaald moment in het verleden aan de gang waren.

Lijdende vorm (Passive Voice)
IntermediatePassive Voice gebruik je wanneer je de nadruk wilt leggen op de handeling of op het voorwerp van de handeling, en niet op degene die haar uitvoert.

Stative verbs
ElementaryWerkwoorden die niet in de Progressive-vormen worden gebruikt ('non-progressive verbs', ook wel 'stative verbs' of toestandswerkwoorden genoemd), beschrijven toestanden, omstandigheden of situaties en geen handelingen. Zulke werkwoorden staan meestal niet in de tijden Progressive (Continuous), omdat ze onveranderlijke of voortdurende toestanden aanduiden en geen dynamische handelingen. Wie deze werkwoorden goed gebruikt, vermijdt grammaticale fouten en drukt zich duidelijker uit.

Must en have to
Intermediate'Must' drukt een sterke persoonlijke verplichting of een logische zekerheid uit en komt meestal van de spreker zelf. 'Have to' wijst op een verplichting van buitenaf of op een regel, en is gewoner in alledaags taalgebruik en in de vormen voor verleden en toekomst.

Hoofdzinnen en bijzinnen (Clauses)
IntermediateDeelzinnen zijn de bouwstenen van de zin. Als je ze beheerst, wordt wat je schrijft en zegt duidelijker, correcter en gevarieerder. Deelzinnen helpen je om een zin logisch op te bouwen, waardoor je tekst en je spraak samenhangender worden. Wie ze goed weet te gebruiken, voorkomt onafgemaakte zinnen en aan elkaar geplakte zinnen.

