Present Continuous
We gebruiken de present progressive om te praten over tijdelijke handelingen en situaties die nu of rond dit moment plaatsvinden: vóór, tijdens en na het moment van spreken, en ook over vaste toekomstplannen en persoonlijke afspraken, meestal met een tijdsbepaling.
1.Constructies
1.1Zinsconstructies
Om de tijd (tense) present progressive te vormen, volg je deze basisregels.
S = onderwerp (Subject)
QW = vraagwoord (question word)
Ving = hoofdwerkwoord (main verb) + ing
| Constructie | Voorbeelden | |
|---|---|---|
| + bevestigend | S + be (am/is/are) + Ving + ... | I am listening to you carefully. Ik luister aandachtig naar je. He is reading an interesting book at the moment. Hij is op dit moment een interessant boek aan het lezen. |
| - ontkennend | S + be (am/is/are) + not + Ving + ... | We are not visiting him next week. Volgende week bezoeken we hem niet. She isn't meeting him tonight. Vanavond ontmoet ze hem niet. |
| ? vragend | (QW) + be (am/is/are) + S + Ving + ...? | Where are you meeting on Saturday? Waar spreken jullie zaterdag af? Are you meeting on Saturday? Spreken jullie zaterdag af? |
Test jezelf
1.2Regels voor het toevoegen van -ing in de Present Progressive
| Regel | Voorbeelden |
|---|---|
| Regelmatige werkwoorden | think → thinking, read → reading |
| Werkwoorden op een stomme "e" | make → making, write → writing |
| Eén klinker + één medeklinker | run → running, begin → beginning |
| Verdubbel niet als de klemtoon elders ligt | visit → visiting, develop → developing |
| Werkwoorden op "ie" | lie → lying, die → dying |
| Werkwoorden op "w", "x" of "y" | fix → fixing, show → showing, enjoy → enjoying, play → playing |
Test jezelf
2.Gebruik
2.1Handeling die nu bezig is
Handelingen die op dit moment bezig zijn, op het huidige tijdstip
vaak met right now, currently, now, at the moment enz.
| Voorbeeld |
|---|
| I am studying for my final exams currently. Op dit moment studeer ik voor mijn eindexamens. |
| She is reading a book at this moment. Op dit moment is ze een boek aan het lezen. |
| They are playing football in the park right now. Ze voetballen nu in het park. |
Test jezelf
2.2Handeling rond dit moment
We gebruiken de present progressive om te praten over tijdelijke handelingen en situaties die rond dit moment plaatsvinden: vóór, tijdens en na het moment van spreken.
| Voorbeeld |
|---|
| I am staying with my friend for a few days. Ik logeer een paar dagen bij mijn vriend. |
| She is working from home this week. Deze week werkt ze thuis. |
| They are building a house near our neighborhood this year. Dit jaar bouwen ze een huis vlak bij onze wijk. |
| I am learning to drive. (not right now, but the process itself is going on) Ik leer autorijden. (niet op dit moment, maar het proces zelf loopt) |
Test jezelf
2.3Toekomstplannen
We gebruiken de present progressive om te praten over toekomstige handelingen en gebeurtenissen, over vaste plannen (meestal met een tijdsbepaling → this evening, on Saturday, next week enz.)
| Voorbeeld |
|---|
| I'm seeing Sam on Monday. Ik zie Sam maandag. |
| We're travelling round Mexico next spring. Volgend voorjaar reizen we door Mexico. |
| - What are you doing this evening? - I am washing my hair. - Wat doe je vanavond? - Ik ga mijn haar wassen. |
| Get your coat on! I am taking you down to the doctor! Doe je jas aan! Ik breng je naar de dokter! |
Test jezelf
3.Veelgestelde vragen
Wanneer gebruik je de Present Continuous?
Je gebruikt de Present Continuous voor handelingen die nu aan de gang zijn, voor tijdelijke situaties in deze periode en voor vaste toekomstige afspraken. Bijvoorbeeld: "They are playing football in the park right now" (nu bezig), "She is working from home this week" (tijdelijk) en "I'm seeing Sam on Monday" (een afspraak). Voor iets wat nu bezig is, kun je in het Nederlands "aan het" gebruiken ("ik ben aan het werken"), maar dat hoeft niet; in het Engels is de Present Continuous dan verplicht. Present Continuous en Present Progressive zijn twee namen voor dezelfde tijd (tense).
Hoe maak je de Present Continuous: "I working", "I am work" of "I am working"?
Zeg "I am working": de Present Continuous heeft het hulpwerkwoord (auxiliary verb) am, is of are nodig plus het werkwoord (verb) met -ing. "I working" en "I am work" zijn allebei fout. Kies de vorm van be die bij het onderwerp (subject) past: am bij I, is bij he, she en it, are bij you, we en they. Dus "She is reading", niet "She reading" of "She is read", en "They are playing", niet "They is playing". Korte vormen mogen ook: "I'm working", "She's reading".
Vragen en ontkenningen in de Present Continuous: "Are you working?" of "Do you working?"
Zeg "Are you working?": vragen (questions) en ontkenningen (negatives) in de Present Continuous maak je met am, is of are, nooit met do of does. "Do you working?" en "I don't working" zijn fout. Voor een vraag zet je am, is of are vóór het onderwerp (subject): "Where are you meeting on Saturday?" Voor een ontkenning zet je not achter am, is of are: "I'm not working today" en "She isn't meeting him tonight", niet "She doesn't meeting him".
Hoe spel je de -ing-vorm in de Present Continuous: making, running, lying, visiting?
De meeste werkwoorden (verbs) krijgen gewoon -ing (read, reading), maar een stomme e valt weg, soms verdubbelt de medeklinker (consonant) en ie wordt y. Dus "making", niet "makeing", en "lying", niet "lieing". Verdubbel de laatste medeklinker als het werkwoord eindigt op één beklemtoonde klinker (vowel) plus één medeklinker: "running", "beginning". Niet verdubbelen als de klemtoon eerder ligt ("visiting", niet "visitting") of na w, x en y ("showing", "fixing", "playing"). Brits Engels verdubbelt meestal een l na één klinker: "travelling" (Amerikaans "traveling").
Kun je de Present Continuous gebruiken voor de toekomst?
Ja, de Present Continuous gebruik je voor vaste plannen en afspraken in de toekomst, meestal met een tijdsaanduiding zoals tonight of next week. Bijvoorbeeld: "I'm seeing Sam on Monday", "We're travelling round Mexico next spring" en "What are you doing this evening?" De tijdsaanduiding laat zien dat je de toekomst bedoelt en niet nu: vergelijk "I'm meeting Tom now" met "I'm meeting Tom tomorrow". In het Nederlands zeg je vaak gewoon "Ik zie Sam maandag", maar voor een afspraak klinkt "I see Sam on Monday" in het Engels onnatuurlijk.

