Elementary

Elementary

Start your English journey here. Learn fundamental grammar structures, basic tenses, and essential sentence patterns. This course provides a solid foundation for those who are just beginning to explore English grammar systematically.

Onderwerpen in deze cursus

  • Present Simple

    Present Simple

    Elementary

    Present simple tense beschrijft handelingen die regelmatig of gewoontegetrouw zijn, of die in het algemeen waar zijn. Je gebruikt het voor feiten, routines en dingen die altijd of meestal waar zijn.

  • Present Continuous

    Present Continuous

    Elementary

    We gebruiken de present progressive om te praten over tijdelijke handelingen en situaties die nu of rond dit moment plaatsvinden: vóór, tijdens en na het moment van spreken, en ook over vaste toekomstplannen en persoonlijke afspraken, meestal met een tijdsbepaling.

  • Present Simple vs Present Continuous

    Present Simple vs Present Continuous

    Elementary

    Waarheden, routines, handelingen die bezig zijn, toekomstplannen... Present Simple en Present Progressive. Leer ze allebei beheersen en maak je Engels dynamisch en precies!

  • Future Simple

    Future Simple

    Elementary

    De tijd 'Future Simple' beschrijft handelingen of gebeurtenissen die in de toekomst zullen plaatsvinden - vaak wanneer het besluit spontaan wordt genomen, wanneer we niet zeker weten wat er gaat gebeuren, of wanneer we iets beloven, een voorspelling doen of iets aanbieden.

  • Be going to

    Be going to

    Elementary

    We gebruiken deze constructie om te praten over toekomstige handelingen en gebeurtenissen die al een band met het heden hebben. Als we zeggen dat er in de toekomst iets gaat gebeuren, is dat meestal al gepland of besloten, of het begint al te gebeuren, of we zien er nu al tekenen van. Deze constructie is heel gewoon in informele taal, vooral in gesproken taal.

  • Onregelmatige werkwoorden, deel 1 (Irregular verbs)

    Onregelmatige werkwoorden, deel 1 (Irregular verbs)

    Elementary

    Hier is een lijst met veelgebruikte onregelmatige werkwoorden, geschikt voor beginnende leerders. Deze werkwoorden komen vaak voor in alledaagse gesprekken en in geschreven tekst.

  • Past Simple

    Past Simple

    Elementary

    De tijd 'past simple' gebruik je om acties, gebeurtenissen of situaties te beschrijven die op een bepaald moment in het verleden zijn afgerond. Je gebruikt hem vaak om verhalen te vertellen, over ervaringen uit het verleden te praten of het over vroegere gewoontes en routines te hebben.

  • Verwarrende werkwoorden (Confusing verbs)

    Verwarrende werkwoorden (Confusing verbs)

    Intermediate

    In het Engels kunnen sommige werkwoorden (verbs) verwarrend zijn, omdat ze vergelijkbare vormen of betekenissen hebben of een ongewoon patroon volgen. Deze werkwoorden leiden vaak tot fouten, zelfs bij moedertaalsprekers.

  • Will en going to

    Will en going to

    Elementary

    De tijd future simple gebruik je voor spontane beslissingen, beloften of voorspellingen die op je eigen mening berusten (bijv. I think it will rain - 'Ik denk dat het gaat regenen'). De constructie 'to be Going to' gebruik je voor geplande handelingen of voorspellingen die op zichtbare aanwijzingen berusten. Laten we het verschil in gebruik bekijken!

  • Can, could en be able to

    Can, could en be able to

    Elementary

    'Can', 'could' en 'be able to' gebruik je in het Engels om te praten over vermogen, mogelijkheid en toestemming.

  • Stative verbs

    Stative verbs

    Elementary

    Werkwoorden die niet in de Progressive-vormen worden gebruikt ('non-progressive verbs', ook wel 'stative verbs' of toestandswerkwoorden genoemd), beschrijven toestanden, omstandigheden of situaties en geen handelingen. Zulke werkwoorden staan meestal niet in de tijden Progressive (Continuous), omdat ze onveranderlijke of voortdurende toestanden aanduiden en geen dynamische handelingen. Wie deze werkwoorden goed gebruikt, vermijdt grammaticale fouten en drukt zich duidelijker uit.