Can, could en be able to
«Can», «could» en «be able to» gebruik je in het Engels om te praten over vermogen, mogelijkheid en toestemming.
1.Constructies
1.1Can / Could
Gebruik deze constructies om een zin met can te maken.
S = onderwerp
QW = vraagwoord
| Heden | Verleden | Toekomst | |
|---|---|---|---|
| + bevestigend | S + can + werkwoord + ... I can swim very well. Ik kan heel goed zwemmen. |
S + could + werkwoord + ... I could swim very well when I was 7. Ik kon heel goed zwemmen toen ik zeven was. |
- |
| - ontkennend | S + can't/cannot + werkwoord + ... I can't/cannot drive a car. Ik kan niet autorijden. |
S + couldn't/could not + werkwoord + ... I couldn't/could not swim when I was 7. Ik kon niet zwemmen toen ik zeven was. |
- |
| ? vragend | (QW) + can + S + werkwoord + ...? Can you drive a car? Kun je autorijden? |
(QW) + could + S + werkwoord + ...? Could you swim when you were 7? Kon je zwemmen toen je zeven was? |
- |
Test jezelf
1.2Be Able to
Gebruik deze constructies om een zin met to be able to te maken.
S = onderwerp
QW = vraagwoord
| Heden | Verleden | Toekomst | |
|---|---|---|---|
| + bevestigend | S + am/is/are able to + werkwoord + ... She is able to solve the problem. Ze is in staat het probleem op te lossen. |
S + was/were able to + werkwoord + ... He was able to finish on time. Het lukte hem om op tijd klaar te zijn. |
S + will be able to + werkwoord + ... You will be able to see it tomorrow. Je zult het morgen kunnen zien. |
| - ontkennend | S + am not/isn't/aren't able to + werkwoord + ... They aren't able to drive. Ze zijn niet in staat om auto te rijden. |
S + wasn't/weren't able to + werkwoord + ... We weren't able to find it. We konden het niet vinden / het lukte ons niet om het te vinden. |
S + won't be able to + werkwoord + ... I won't be able to attend the meeting. Ik zal de vergadering niet kunnen bijwonen. |
| ? vragend | (QW) + am/is/are + S + able to + werkwoord + ...? Are you able to fix this? Ben je in staat dit te repareren? |
(QW) + was/were + S + able to + werkwoord + ...? Why were they able to win? Waarom lukte het hun om te winnen? |
(QW) + will + S + be able to + werkwoord + ...? Will she be able to help? Zal ze kunnen helpen? |
Test jezelf
2.Gebruik: heden
2.1Vermogen nu en in de toekomst
Vermogen in het heden en vermogen in de toekomst gaan in de grammatica over de manier waarop we uitdrukken wat iemand nu of straks kan. Vermogen in het heden beschrijft wat iemand op dit moment kan. Vermogen in de toekomst beschrijft wat iemand later zal kunnen.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| vermogen nu en in de toekomst | can (vaker gebruikt) be able to |
I can give you a lift this evening if you like. Ik kan je vanavond wel een lift geven, als je wilt. He can pick you up. Hij kan je ophalen. I can't/am not able to give you an answer at the moment. Ik kan je op dit moment geen antwoord geven / Ik ben niet in staat je op dit moment antwoord te geven. |
Test jezelf
2.2Vaardigheden
Een vaardigheid is het vermogen om iets goed te doen dat je hebt geleerd door oefening, training of ervaring. Vaardigheden bouw je in de loop van de tijd op en ze laten zien dat je iets beheerst op een bepaald gebied. Anders dan een aangeboren vermogen worden vaardigheden verworven en kun je ze verbeteren door gerichte inspanning en herhaling.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| vaardigheid (aangeleerd vermogen) | can | I can read music. Ik kan noten lezen. He can swim. Hij kan zwemmen. |
Test jezelf
2.3Uitzonderlijk vermogen
Uitzonderlijk vermogen gaat over bijzondere of opmerkelijke capaciteiten die zeldzaam of verrassend zijn en die vaak met be able to worden uitgedrukt om te benadrukken hoe buitengewoon dat vermogen is. Deze constructie zet vermogens in de schijnwerpers die verder gaan dan wat gewoon of verwacht is. Be able to heeft vaak de voorkeur boven can bij zulke bijzondere capaciteiten, omdat het extra nadruk legt op het ongewone van dat vermogen.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| uitzonderlijk vermogen - GEEN vaardigheid! | be able to | He is able to do 200 pushups! Hij is in staat om 200 keer op te drukken! |
Test jezelf
2.4Bij werkwoorden van zintuiglijke waarneming
Werkwoorden van zintuiglijke waarneming zijn werkwoorden die beschrijven wat we met onze vijf zintuigen waarnemen: zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Ze beschrijven onze zintuiglijke ervaringen. Bij deze werkwoorden gebruiken we meestal can, omdat het gaat om natuurlijke, directe waarnemingen en niet om aangeleerde vaardigheden.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| bij werkwoorden die met de zintuigen te maken hebben: see, hear, smell, taste, feel | can | I can smell something burning. Ik ruik iets branden. We can hear you well. We horen je goed. |
Test jezelf
2.5Theoretische mogelijkheid
Theoretische mogelijkheid met can gaat over het gebruik van can om uit te drukken wat in principe mogelijk of denkbaar is, en niet wat iemand op dit moment werkelijk kan. Deze vorm van can drukt een algemene mogelijkheid of een mogelijk voorval uit, en niet iemands specifieke vermogen om iets te doen. Theoretische mogelijkheden berusten op logica, theorie of potentie en niet op werkelijk bewijs of zekerheid.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| theoretische mogelijkheid | can | Speaking in public can be quite stressful for many people. In het openbaar spreken kan voor veel mensen behoorlijk stressvol zijn. It can often rain in autumn. In de herfst kan het vaak regenen. Accidents can happen anywhere. Ongelukken kunnen overal gebeuren. Even experts can make mistakes. Zelfs experts kunnen fouten maken. |
Je kunt ook could gebruiken. Dat is minder zeker (hangt af van de focus van de spreker).
Test jezelf
2.6Toestemming / verbod
Toestemming / verbod met can gaat over het gebruik van can en can't om in informele situaties toestemming te geven of te weigeren. Can geeft toestemming, terwijl can't een verbod uitdrukt. Dit gebruik van can komt veel voor in alledaagse gesprekken om vast te stellen wat wel en niet mag.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| toestemming / verbod | can could (beleefder) |
Can I go now? No, you can't. Mag ik nu gaan? Nee, dat mag niet. Could I possibly use your laptop? Zou ik misschien je laptop mogen gebruiken? You can't smoke in here. Je mag hier niet roken. Students can't eat in the library. Studenten mogen niet eten in de bibliotheek. |
Test jezelf
2.7Verzoeken
Verzoeken met can en could gaan over het gebruik van deze werkwoorden om iemand te vragen iets voor je te doen. Can gebruik je voor informele, directe verzoeken, terwijl could beleefder en formeler is.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| verzoeken | can could (beleefder) |
Can you give me a hand? Kun je me even helpen? Could you give me a hand? Zou je me even kunnen helpen? |
Test jezelf
2.8Aanbod
Aanbod met can gaat over het gebruik van can om hulp aan te bieden of voor te stellen iets voor iemand anders te doen. Deze constructie gebruik je om hulp of diensten aan te bieden. Een aanbod met can is een vriendelijke en directe manier om te laten zien dat je iets voor een ander wilt doen. Could in een aanbod suggereert eerder mogelijkheid dan zekerheid, waardoor het aanbod attenter klinkt en de ander meer ruimte krijgt om het zonder druk aan te nemen of af te slaan.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| aanbod (hulp aanbieden) | can could (beleefder) |
Can I help you? Kan ik je helpen? / Zal ik je helpen? I think I could help you. Ik denk dat ik je zou kunnen helpen. I could help you with your homework if you'd like. Ik zou je met je huiswerk kunnen helpen, als je wilt. We could give you a ride to the station. We zouden je naar het station kunnen brengen. Can I help you with that? Zal ik je daarmee helpen? / Kan ik je daarmee helpen? I can drive you to the airport if you need. Ik kan je naar het vliegveld brengen als dat nodig is. |
Test jezelf
2.9Gevolgtrekking / negatief
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| negatieve gevolgtrekking, vermoeden | can't | This bill can't be right! Deze rekening kan niet kloppen! |
Test jezelf
2.10Gebruik in het heden / samenvatting
We gebruiken can om te zeggen dat iets mogelijk is of mag, of dat iemand het vermogen heeft om iets te doen. We gebruiken can om over vaardigheden (aangeleerde vermogens) te praten.
Be able to kan ook, maar can is gebruikelijker. Het is een goed idee om be able to te gebruiken als je het hebt over uitzonderlijke vermogens.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| vermogen nu en in de toekomst | can (vaker gebruikt) be able to |
I can give you a lift this evening if you like. Ik kan je vanavond wel een lift geven, als je wilt. He can pick you up. Hij kan je ophalen. I can't/am not able to give you an answer at the moment. Ik kan je op dit moment geen antwoord geven / Ik ben niet in staat je op dit moment antwoord te geven. |
| vaardigheid (aangeleerd vermogen) | can | I can read music. Ik kan noten lezen. He can swim. Hij kan zwemmen. |
| uitzonderlijk vermogen - GEEN vaardigheid! | be able to | He is able to do 200 pushups! Hij is in staat om 200 keer op te drukken! |
| bij werkwoorden die met de zintuigen te maken hebben: see, hear, smell, taste, feel | can | I can smell something burning. Ik ruik iets branden. We can hear you well. We horen je goed. |
| theoretische mogelijkheid | can | Speaking in public can be quite stressful for many people. In het openbaar spreken kan voor veel mensen behoorlijk stressvol zijn. It can often rain in autumn. In de herfst kan het vaak regenen. |
| toestemming / verbod | can could (beleefder) |
Can I go now? No, you can't. Mag ik nu gaan? Nee, dat mag niet. Could I possibly use your laptop? Zou ik misschien je laptop mogen gebruiken? |
| verzoeken | can could (beleefder) |
Can you give me a hand? Kun je me even helpen? Could you give me a hand? Zou je me even kunnen helpen? |
| aanbod (hulp aanbieden) | can could (beleefder) |
Can I help you? Kan ik je helpen? / Zal ik je helpen? I think I could help you. Ik denk dat ik je zou kunnen helpen. |
| negatieve gevolgtrekking, vermoeden | can't | This bill can't be right! Deze rekening kan niet kloppen! |
3.Gebruik: verleden
3.1Mogelijkheid / vermogen in het verleden
Mogelijkheid / vermogen in het verleden met could gaat over het gebruik van could om uit te drukken wat iemand vroeger in het algemeen kon of wat vroeger mogelijk was. Deze vorm geeft aan dat het vermogen of de mogelijkheid in het verleden bestond, of dat in een concreet geval nu wel of niet echt gebruikt werd.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mogelijkheid / vermogen in het verleden | could | Jane was an excellent boxer when she was younger. She could beat anyone. (= she was good enough to beat anyone, she had the ability) Jane was een uitstekende bokser toen ze jonger was. Ze kon iedereen verslaan. (= ze was goed genoeg om iedereen te verslaan, ze had het vermogen) Andrew played well, but he couldn't beat Jane. Andrew speelde goed, maar hij kon Jane niet verslaan / het lukte hem niet om Jane te verslaan. |
Test jezelf
3.2Toestemming / verbod in het verleden
Toestemming / verbod in het verleden gaat over het gebruik van could en couldn't om uit te drukken wat vroeger wel of niet mocht. Could geeft toestemming in het verleden aan, couldn't drukt een verbod in het verleden uit. Deze constructies beschrijven regels, voorschriften of toestemmingen die vroeger golden, maar nu anders kunnen zijn.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| toestemming / verbod in het verleden | could | We were totally free. We could do what we wanted. (= we were allowed to do) We waren helemaal vrij. We mochten doen wat we wilden. (= we hadden toestemming om te doen) My parents used to insist that we couldn't go out without them when we were 10. Mijn ouders stonden erop dat we niet zonder hen naar buiten mochten toen we tien waren. You couldn't smoke in restaurants back then. Je mocht toen niet roken in restaurants. Students could use calculators during that exam. Studenten mochten tijdens dat examen een rekenmachine gebruiken. |
Test jezelf
3.3Bij werkwoorden van zintuiglijke waarneming / verleden
Could bij werkwoorden van zintuiglijke waarneming geeft aan dat de zintuiglijke waarneming in het verleden mogelijk was of daadwerkelijk plaatsvond: wat iemand op dat moment kon zien, horen, ruiken, proeven of voelen.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| bij werkwoorden als: see, hear, smell, taste, feel, remember, understand | could | I could see them, but not very clearly. Ik zag ze wel, maar niet erg duidelijk. I was sitting at the back of the theatre and couldn't hear very well. Ik zat achter in de zaal en hoorde het niet goed. |
Test jezelf
3.4Vaardigheden in het verleden
Vaardigheden in het verleden gaat over het gebruik van could om bekwaamheden te beschrijven die iemand vroeger had door leren of oefenen. Deze constructie drukt vaardigheden uit die in de loop van de tijd zijn opgebouwd en onderhouden. Could bij vaardigheden in het verleden geeft aan dat iemand die vermogens vroeger had verworven en behouden, of hij ze vandaag nog heeft of niet.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| vaardigheid (aangeleerd vermogen) | could | I could read when I was 5. Ik kon lezen toen ik vijf was. He could swim at the age of 3. Hij kon zwemmen toen hij drie was. My grandfather could speak five languages. Mijn opa sprak vijf talen / beheerste vijf talen. She could play the piano beautifully when she was younger. Ze speelde prachtig piano toen ze jonger was. He could speak fluent German before he moved to England. Hij sprak vloeiend Duits voordat hij naar Engeland verhuisde. |
Test jezelf
3.5Mogelijkheid / vermogen in het verleden + feit
Vermogen in het verleden met was/were able to gaat over het gebruik van deze constructie om de geslaagde afronding van bepaalde handelingen of prestaties in het verleden uit te drukken. Was/were able to benadrukt dat iemand bij een bepaalde gelegenheid iets ook echt voor elkaar kreeg; deze vorm zet werkelijk succes of resultaat in de schijnwerpers en niet alleen algemeen vermogen in het verleden, en geeft aan dat de persoon niet alleen het vermogen had, maar het ook doeltreffend gebruikte om een concreet doel te bereiken.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mogelijkheid / vermogen in het verleden + feit (het is echt gebeurd) synoniem van manage, succeed |
was/were able to | Jane and Ann played a match yesterday. Ann played well, but Jane was able to beat her. (= she succeeded in beating her this time / she managed to beat her) Jane en Ann speelden gisteren een wedstrijd. Ann speelde goed, maar Jane slaagde erin haar te verslaan. (= het lukte haar deze keer om haar te verslaan / ze wist haar deze keer te verslaan) |
Test jezelf
3.6Gebruik in het verleden / samenvatting
We gebruiken could als de verleden vorm van can om te zeggen dat iets mogelijk was of mocht, of dat iemand vroeger het vermogen had om iets te doen. We gebruiken could om over vaardigheden (aangeleerde vermogens) te praten.
Was/were able to kan ook (zie de tabel).
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mogelijkheid / vermogen in het verleden | could | Jane was an excellent boxer when she was younger. She could beat anyone. (= she was good enough to beat anyone, she had the ability) Jane was een uitstekende bokser toen ze jonger was. Ze kon iedereen verslaan. (= ze was goed genoeg om iedereen te verslaan, ze had het vermogen) Andrew played well, but he couldn't beat Jane. Andrew speelde goed, maar hij kon Jane niet verslaan / het lukte hem niet om Jane te verslaan. |
| mogelijkheid / vermogen in het verleden + feit (het is echt gebeurd) synoniem van manage, succeed |
was/were able to | Jane and Ann played a match yesterday. Ann played well, but Jane was able to beat her. (= she succeeded in beating her this time / she managed to beat her) Jane en Ann speelden gisteren een wedstrijd. Ann speelde goed, maar Jane slaagde erin haar te verslaan. (= het lukte haar deze keer om haar te verslaan / ze wist haar deze keer te verslaan) |
| vaardigheid (aangeleerd vermogen) | could | I could read when I was 5. Ik kon lezen toen ik vijf was. He could swim at the age of 3. Hij kon zwemmen toen hij drie was. My grandfather could speak five languages. Mijn opa sprak vijf talen / beheerste vijf talen. |
| bij werkwoorden als: see, hear, smell, taste, feel, remember, understand | could | I could see them, but not very clearly. Ik zag ze wel, maar niet erg duidelijk. I was sitting at the back of the theatre and couldn't hear very well. Ik zat achter in de zaal en hoorde het niet goed. |
| toestemming / verbod in het verleden | could | We were totally free. We could do what we wanted. (= we were allowed to do) We waren helemaal vrij. We mochten doen wat we wilden. (= we hadden toestemming om te doen) My parents used to insist that we couldn't go out without them when we were 10. Mijn ouders stonden erop dat we niet zonder hen naar buiten mochten toen we tien waren. |
4.Gebruik: toekomst
4.1Vermogen in de toekomst
Als we vermogen in de toekomst willen uitdrukken, moeten we de juiste vormen van be able to, manage to of succeed in gebruiken. Vermogen in de toekomst gaat over het gebruik van will be able to om uit te drukken wat iemand op enig moment in de toekomst zal kunnen. Will be able to geeft aan dat het vermogen er nu nog niet is, maar dat het naar verwachting in de toekomst ontstaat of beschikbaar komt door leren, oefenen of veranderende omstandigheden.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| vermogen in de toekomst | be able to (manage to) (succeed in) |
I'll be able to pass my driving test in a couple of months. Over een paar maanden zal ik mijn rijexamen kunnen halen. I think he will manage to overcome all the obstacles. Ik denk dat het hem zal lukken om alle obstakels te overwinnen. We will definitely succeed in everything we've planned. We zullen zeker slagen in alles wat we hebben gepland. |
Test jezelf
5.Veelgestelde vragen
Can, could of be able to: wat is het verschil?
Can gebruik je voor kunnen en mogen nu, could is de verleden tijd daarvan, en be able to vervangt can waar can geen vorm heeft. Vergelijk «I can swim», «I could swim when I was six» en «I will be able to drive next year» (anders dan «kunnen» heeft can geen toekomende tijd). Could klinkt ook beleefder bij verzoeken en als je om toestemming vraagt: «Could you help me?» is vriendelijker dan «Can you help me?»
Could of was able to: wat gebruik je in de verleden tijd?
Could gebruik je voor een algemeen vermogen in het verleden, was/were able to voor één keer dat iets echt gelukt is. Kun je in het Nederlands «het lukte» zeggen, dan past was/were able to: «My grandfather could speak five languages», maar «The road was closed, but we were able to find another way», niet «we could find another way». In de ontkenning kan allebei: «We couldn't find the key» of «We weren't able to find the key». Met see, hear, smell en feel is could ook voor één moment gewoon: «I could smell smoke.»
Is «I can to swim» goed Engels?
Nee: na can en could volgt het hoofdwerkwoord (main verb) in de basisvorm (base form), zonder to. Zeg «I can swim», niet «I can to swim», en «She could read at four», niet «She could to read at four». Can krijgt ook geen -s: «He can swim», niet «He cans swim». Bij be able to is het anders, want daar hoort to altijd bij: «He is able to swim.»
Can in de toekomst: will can of will be able to?
Het is will be able to: «will can» bestaat niet, ook al zeg je in het Nederlands «ik zal kunnen». Voor iets wat je pas later kunt, zeg je «I'll be able to drive next year», niet «I can drive next year». Voor iets wat nu al mogelijk is, kun je can ook voor de toekomst gebruiken: «I can help you tomorrow» (ik heb morgen tijd).
Ontkenning met can: can't, cannot of «I don't can»?
Zeg «I can't» of «I cannot»: can maak je ontkennend met not, zonder do. Dus «I can't drive», niet «I don't can drive», en «She couldn't come», niet «She didn't could come». De volledige vorm cannot schrijf je meestal als één woord. In een vraag komt can of could vóór het onderwerp (subject), ook zonder do: «Can you swim?», niet «Do you can swim?»

