Stative verbs

Werkwoorden die niet in de Progressive-vormen worden gebruikt («⁠non-progressive verbs⁠», ook wel «⁠stative verbs⁠» of toestandswerkwoorden genoemd), beschrijven toestanden, omstandigheden of situaties en geen handelingen. Zulke werkwoorden staan meestal niet in de tijden Progressive (Continuous), omdat ze onveranderlijke of voortdurende toestanden aanduiden en geen dynamische handelingen. Wie deze werkwoorden goed gebruikt, vermijdt grammaticale fouten en drukt zich duidelijker uit.

1.Werkwoorden die niet in de Progressive-vormen worden gebruikt

1.1Mentale en emotionele toestanden

Sommige werkwoorden (verbs) worden nooit of bijna nooit in de Progressive-vormen gebruikt. Veel van die werkwoorden duiden toestanden (states) aan en geen handelingen (actions).
Hier is een lijst met veelvoorkomende werkwoorden die zelden in de Progressive-vormen staan.

Werkwoord Voorbeeld
believe I believe you at the moment. not I'am believing you at the moment.
Ik geloof je op dit moment.
doubt She doubts his story right now. not She is doubting his story right now.
Ze twijfelt nu aan zijn verhaal.
feel=have an opinion
feel = een mening hebben
I feel this is the right decision at present. not I'm feeling this is the right decision at present.
Ik vind op dit moment dat dit de juiste beslissing is.
hate They hate the new rules these days. not They are hating the new rules these days.
Ze haten de nieuwe regels tegenwoordig.
imagine He imagines a better future right now. not He is imagining a better future right now.
Hij stelt zich nu een betere toekomst voor.
know I know the answer at the moment. not I'm knowing the answer at the moment.
Ik weet het antwoord op dit moment.
(dis)like She likes chocolate these days. not She is liking chocolate these days.
Ze houdt tegenwoordig van chocolade.
love They love the new movie right now. not They are loving the new movie right now.
Ze vinden de nieuwe film nu geweldig.
prefer I prefer tea at present. not I'm preferring tea at present.
Ik heb op dit moment liever thee.
realise He realises his mistake right now. not He is realising his mistake right now.
Hij beseft nu zijn fout.
recognise I recognise her face at the moment. not I'm recognising her face at the moment.
Ik herken haar gezicht op dit moment.
remember She remembers the address now. not She is remembering the address now.
Ze herinnert zich het adres nu.
see=understand
see = begrijpen
I see your point now. not I'm seeing your point now.
Nu begrijp ik wat je bedoelt.
suppose I suppose you're right. not I'm supposing you're right.
Ik neem aan dat je gelijk hebt.
think=have an opinion
think = een mening hebben
I think this is a good idea. not I'm thinking this is a good idea.
Ik vind dit een goed idee.
understand They understand the problem now. not They are understanding the problem now.
Nu begrijpen ze het probleem.
want I want a coffee right now. not I'm wanting a coffee right now.
Ik wil nu een koffie.
wish She wishes for happiness. not She is wishing for happiness.
Ze verlangt naar geluk.

1.2Communiceren en reacties oproepen

Sommige werkwoorden (verbs) worden nooit of bijna nooit in de Progressive-vormen gebruikt. Veel van die werkwoorden duiden toestanden (states) aan en geen handelingen (actions), en sommige hebben te maken met zintuiglijke waarneming. Hier is een lijst met veelvoorkomende werkwoorden die zelden in de Progressive-vormen staan.

Werkwoord Voorbeeld
agree I agree with you. not I'm agreeing with you.
Ik ben het met je eens.
appear She appears happy right now. not She is appearing happy right now.
Ze lijkt nu gelukkig.
deny He denies the accusation. not He is denying the accusation.
Hij ontkent de beschuldiging.
disagree They disagree with the plan. not They disagree with the plan.
Ze zijn het niet eens met het plan.
impress His skills impress me right now. not His skills are impressing me right now.
Zijn vaardigheden maken nu indruk op me.
promise I promise to help him. not I'm promising to help him.
Ik beloof hem te helpen.
seem It seems easy right now. not It's seeming easy right now.
Het lijkt nu makkelijk.
surprise The result surprises me at the moment. not The result is surprising me at the moment.
Het resultaat verbaast me op dit moment.

1.3Overige

Sommige werkwoorden (verbs) worden nooit of bijna nooit in de Progressive-vormen gebruikt. Veel van die werkwoorden duiden toestanden (states) aan en geen handelingen (actions), en sommige hebben te maken met zintuiglijke waarneming. Hier is een lijst met veelvoorkomende werkwoorden die zelden in de Progressive-vormen staan.

Werkwoord Voorbeeld
be She is happy at the moment. not She is being happy at the moment.
Ze is op dit moment gelukkig.
belong This book belongs to me. not This book is belonging to me.
Dit boek is van mij.
concern The issue concerns us at present. not The issue is concerning us at present.
De kwestie raakt ons op dit moment.
consist The team consists of five members. not The team is consisting of five members.
Het team bestaat uit vijf leden.
contain The box contains old photos now. not The box is containing old photos now.
In de doos zitten nu oude foto's.
deserve You deserve a break. not You are deserving a break.
Je verdient een pauze.
fit These shoes fit perfectly right now. not These shoes are fitting perfectly right now.
Deze schoenen passen nu perfect.
include The package includes a gift. not The package is including a gift.
Bij het pakket hoort een cadeau.
matter Your opinion matters. not Your opinion is mattering.
Jouw mening telt.
measure=have length etc
measure = een lengte enzovoort hebben
The table measures two meters. not The table is measuring two meters.
De tafel is twee meter lang.
owe I owe him money at the moment. not I'm owing him money at the moment.
Ik ben hem op dit moment geld schuldig.
own They own a big house right now. not They are owning a big house right now.
Ze hebben nu een groot huis.
possess He possesses great talent. not He is possessing great talent.
Hij heeft een groot talent.
weigh=have weight
weigh = een gewicht hebben
The bag weighs five kilograms. not The bag is weighing five kilograms.
De tas weegt vijf kilo.

2.Gebruik met en zonder Progressive-vorm

2.1Verschillende betekenissen van hetzelfde werkwoord

Sommige werkwoorden (verbs) hebben twee betekenissen, afhankelijk van de context: bij de ene is de Progressive-vorm niet mogelijk, bij de andere wel. Zulke werkwoorden kunnen toestanden (states) of handelingen (actions) beschrijven. Hier is een lijst van zulke werkwoorden, met voorbeelden die het betekenisverschil laten zien:

Werkwoord Betekenis zonder Progressive (toestand) Betekenis in de Progressive-vorm (handeling)
be She is happy. (state of being)
Ze is gelukkig. (toestand)
She is being silly. (temporary behavior)
Ze doet flauw. (tijdelijk gedrag)
have I have a car. (possession)
Ik heb een auto. (bezit)
I am having lunch. (eating)
Ik ben aan het lunchen. (eten)
see I see the problem. (understand)
Ik begrijp het probleem. (begrijpen)
I am seeing my doctor. (visiting)
Ik heb een afspraak bij de dokter. (bezoeken)
think I think it's a good idea. (opinion)
Ik vind dit een goed idee. (mening)
I am thinking about the problem. (mental activity)
Ik denk na over het probleem. (denkactiviteit)
feel I feel tired. = I am feeling tired. (state of being, both options are possible with this verb)
Ik voel me moe. (toestand; bij dit werkwoord zijn beide mogelijk)
I am feeling the fabric. (touching)
Ik voel aan de stof. (aanraken)
taste This tastes sweet. (perception)
Dit smaakt zoet. (waarneming)
She is tasting the soup. (testing the flavor)
Ze proeft de soep. (de smaak testen)
smell The flowers smell nice. (perception)
De bloemen ruiken lekker. (waarneming)
He is smelling the flowers. (actively sniffing)
Hij ruikt aan de bloemen. (actief snuiven)
look She looks tired. (appearance)
Ze ziet er moe uit. (uiterlijk)
She is looking at the painting. (directing her gaze)
Ze kijkt naar het schilderij. (de blik richten)
appear He appears confident. (seems)
Hij lijkt zelfverzekerd. (lijken)
She is appearing on stage. (performing)
Ze treedt op het podium op. (optreden)
weigh The box weighs 10 kg. (has weight)
De doos weegt 10 kg. (een gewicht hebben)
He is weighing the ingredients. (measuring weight)
Hij weegt de ingrediënten af. (het gewicht meten)
measure The room measures 20 square meters. (has size)
De kamer is 20 vierkante meter groot. (een afmeting hebben)
She is measuring the table. (taking measurements)
Ze meet de tafel op. (opmeten)
fit These shoes fit perfectly. (are the right size)
Deze schoenen passen perfect. (de juiste maat hebben)
He is fitting the pieces together. (assembling)
Hij past de onderdelen in elkaar. (in elkaar zetten)
imagine I imagine a better future. (mental image)
Ik stel me een betere toekomst voor. (beeld in gedachten)
She is imagining herself on vacation. (actively thinking)
Ze stelt zich voor dat ze op vakantie is. (er actief aan denken)
love I love chocolate. (general preference)
Ik hou van chocolade. (algemene voorkeur)
I am loving this movie. (temporary enjoyment, informal)
Ik vind deze film geweldig. (tijdelijk genot, informeel)
hate I hate spiders. (general dislike)
Ik haat spinnen. (algemene afkeer)
I am hating this weather. (temporary feeling, informal)
Ik erger me enorm aan dit weer. (tijdelijk gevoel, informeel)
remember I remember her name. (recall)
Ik weet haar naam nog. (zich herinneren)
I am remembering my childhood. (actively recalling)
Ik haal herinneringen op aan mijn jeugd. (actief herinneren)
forget I forget his address. (fail to remember)
Ik weet zijn adres niet meer. (zich niet kunnen herinneren)
I am forgetting my worries. (actively letting go)
Ik laat mijn zorgen langzaam los. (bewust loslaten)
consider I consider him a friend. (regard as)
Ik beschouw hem als een vriend. (zien als)
I am considering my options. (thinking about)
Ik denk na over mijn opties. (overwegen)
expect I expect a call. (anticipate)
Ik verwacht een telefoontje. (verwachten)
She is expecting a baby. (pregnant)
Ze is in verwachting. (zwanger)

2.2Can See, Hear, Taste, Smell, Feel

Can wordt vaak gebruikt met see, hear, feel, taste, smell om een betekenis te geven die dicht bij de Progressive-vormen ligt, vooral in het Brits-Engels. Als deze werkwoorden (verbs) een waarneming aanduiden (informatie opnemen via de ogen, de oren enzovoort), gebruiken we normaal gesproken geen Progressive-vormen. Om te zeggen wat iemand op dit moment ziet of hoort, gebruiken we vaak can see, can hear enzovoort
Can wordt net zo vaak met understand en remember gebruikt. Aan de betekenis verandert dat niet altijd veel.
Hier is een vergelijkingstabel die deze werkwoorden in context laat zien:

Werkwoord Zonder Progressive (algemeen) Met "Can" (op dit moment)
see I see a bird.
Ik zie een vogel.
I can see a bird right now.
Ik zie nu een vogel.
hear I hear music.
Ik hoor muziek.
I can hear music playing right now.
Ik hoor nu muziek spelen.
feel I feel the wind.
Ik voel de wind.
I can feel the wind on my face now.
Ik voel nu de wind op mijn gezicht.
taste I taste salt.
Ik proef zout.
I can taste salt in the soup now.
Ik proef nu zout in de soep.
smell I smell flowers.
Ik ruik bloemen.
I can smell flowers in the garden now.
Ik ruik nu bloemen in de tuin.
understand I understand the problem.
Ik begrijp het probleem.
I can understand the problem now.
Nu begrijp ik het probleem.
remember I remember her name.
Ik weet haar naam nog.
I can remember her name now.
Nu weet ik haar naam weer.

3.Veelgestelde vragen

Wat zijn stative verbs in het Engels?

Stative verbs zijn werkwoorden die een toestand (state) beschrijven, geen handeling (action), en daarom staan ze meestal niet in de Continuous-vorm met -ing. Voorbeelden zijn know, believe, understand, like, want, prefer, belong, own, seem en contain. Je zegt "I know the answer", niet "I'm knowing the answer", en "This book belongs to me", niet "This book is belonging to me". Sommige van deze werkwoorden, zoals have en think, hebben ook een betekenis als handeling, en dan kan -ing wel: "I'm having lunch."

"I am knowing" of "I know": waarom krijgen stative verbs geen -ing?

Normaal gesproken zeg je "I know" en "I want", niet "I am knowing" of "I'm wanting", omdat know en want stative verbs zijn. De fout ontstaat vaak doordat je de regel "nu bezig = -ing" op elk werkwoord toepast. Stative verbs blijven in de Present Simple, ook als het over dit moment gaat: "I want a coffee right now", niet "I'm wanting a coffee right now". Zo ook bij understand en believe: "Do you understand?", niet "Are you understanding?"

"I think" of "I'm thinking": wanneer is think een stative verb?

Als think een mening uitdrukt, is het een stative verb: "I think it's a good idea", niet "I'm thinking it's a good idea". In het Nederlands zeg je in beide gevallen vaak gewoon "ik denk", maar het Engels maakt onderscheid met de vorm: "I'm thinking about the problem" betekent dat je er op dit moment over nadenkt. Zo ook bij have: "I have a car" (bezit), niet "I'm having a car", maar "I'm having lunch" (ik zit te lunchen) is goed, want dat is een handeling.

"I can hear" of "I'm hearing": hoe zeg je in het Engels dat je iets op dit moment hoort?

Om te zeggen dat je iets nu hoort of ziet, gebruik je in het Engels vaak can: "I can hear music", niet "I'm hearing music". In het Nederlands zeg je gewoon "ik hoor" of "ik zie", dus can vergeet je makkelijk. Zo ook: "I can see a bird right now", "I can smell garlic", vooral in het Brits-Engels. De vorm zonder can is ook goed ("I hear music in the distance"); de Continuous-vorm gebruik je voor een bewuste handeling: "She is tasting the soup" (ze proeft).

Is "I'm loving it" correct als love een stative verb is?

Ja, "I'm loving it" kan in informeel Engels: de Continuous-vorm betekent hier dat je er nu van geniet, niet dat het een blijvend gevoel is. "I'm loving this movie" betekent dat je nu echt van de film geniet. Voor een algemeen of blijvend gevoel gebruik je de Present Simple: "I love chocolate", niet "I'm loving chocolate". In formele teksten is de Present Simple de veiligste keuze. Hetzelfde geldt voor hate: "I hate spiders", maar informeel "I'm hating this weather."

Klaar om dit onderwerp te oefenen?

Download de app en oefen dit onderwerp als een game — met XP, reeksen en directe feedback.