
Advanced
Perfect for learners who want to master complex grammar structures, idiomatic expressions, and nuanced language use. This course covers sophisticated grammatical patterns, conditional forms, and advanced tense combinations for achieving near-native proficiency.
Onderwerpen in deze cursus

Onregelmatige werkwoorden, deel 3 (Irregular verbs)
AdvancedHier is een lijst met veelgebruikte onregelmatige werkwoorden voor leerders op midden- en gevorderd niveau. Deze werkwoorden kun je tegenkomen in alledaagse en zakelijke gesprekken en in geschreven tekst.

Present Perfect Continuous
IntermediateDe tijd present perfect progressive gebruik je in het algemeen om te praten over situaties die in het verleden zijn begonnen en nog steeds doorgaan, of die net zijn gestopt en een resultaat in het heden hebben.

Past Perfect
AdvancedDe tijd 'Past Perfect' beschrijft een handeling die was afgerond vóór een andere handeling of vóór een bepaald moment in het verleden. Hij wordt meestal gebruikt om de volgorde van gebeurtenissen te laten zien en duidelijk te maken welke handeling het eerst gebeurde.

Future Perfect
AdvancedDe tijd future perfect beschrijft handelingen die vóór een bepaald moment of een bepaalde gebeurtenis in de toekomst afgerond zullen zijn. De nadruk ligt op de afronding van de handeling en niet op de handeling zelf.

Future Perfect Continuous
AdvancedWe gebruiken de vorm future perfect progressive wanneer we vanuit een punt in de toekomst terugkijken naar het verleden en de lengte of de duur van een activiteit of gebeurtenis willen benadrukken.

Past Perfect Continuous
AdvancedDe tijd 'past perfect continuous' geeft iets aan dat in het verleden begon, in het verleden doorging en op een bepaald moment in het verleden ook eindigde; hij kan ook de duur van een handeling vóór een andere handeling in het verleden benadrukken.

Past Continuous
IntermediateDe tijd 'past progressive', ook bekend als 'past continuous', beschrijft handelingen of gebeurtenissen die op een bepaald moment in het verleden aan de gang waren.

Present Perfect vs Past Simple
IntermediateDe tijd past simple gebruik je voor handelingen die op een bepaald moment in het verleden zijn afgerond, terwijl present perfect handelingen uit het verleden met het heden verbindt. Leer deze tijden goed beheersen, zodat je vlotter Engels spreekt en je duidelijker uitdrukt!

Zero conditional (if-zin type 0)
IntermediateZero conditional gebruik je om wetenschappelijke feiten en directe verbanden te beschrijven - duik in de wereld van de zekerheid!

Second conditional (if-zin type 2)
Intermediate'Second conditional' drukt hypothetische, irreële of onwaarschijnlijke situaties in het heden of de toekomst uit, en de denkbeeldige gevolgen daarvan.

Third conditional (if-zin type 3)
AdvancedDe constructie 'third conditional' drukt hypothetische situaties in het verleden en hun denkbeeldige gevolgen uit.

Lijdende vorm (Passive Voice)
IntermediatePassive Voice gebruik je wanneer je de nadruk wilt leggen op de handeling of op het voorwerp van de handeling, en niet op degene die haar uitvoert.

Hoofdzinnen en bijzinnen (Clauses)
IntermediateDeelzinnen zijn de bouwstenen van de zin. Als je ze beheerst, wordt wat je schrijft en zegt duidelijker, correcter en gevarieerder. Deelzinnen helpen je om een zin logisch op te bouwen, waardoor je tekst en je spraak samenhangender worden. Wie ze goed weet te gebruiken, voorkomt onafgemaakte zinnen en aan elkaar geplakte zinnen.

