Hoofdzinnen en bijzinnen (Clauses)

Deelzinnen zijn de bouwstenen van de zin. Als je ze beheerst, wordt wat je schrijft en zegt duidelijker, correcter en gevarieerder. Deelzinnen helpen je om een zin logisch op te bouwen, waardoor je tekst en je spraak samenhangender worden. Wie ze goed weet te gebruiken, voorkomt onafgemaakte zinnen en aan elkaar geplakte zinnen.

1.Deelzinnen

1.1Definitie

Een deelzin (clause) is een groep woorden met een onderwerp en een werkwoord (a subject and a verb) erin. Hij kan een hele zin (sentence) vormen - dan is het een hoofdzin (main clause) - of een deel van een zin (een bijzin, subordinate clause).

Een hoofdzin, ook wel zelfstandige zin (Independent Clause) genoemd, drukt een volledige gedachte uit en kan op zichzelf staan als zin.
Een bijzin, ook wel afhankelijke zin (Dependent Clause) genoemd, drukt geen volledige gedachte uit en kan niet op zichzelf staan: hij heeft meer informatie nodig om een volledige zin te zijn en moet daarom aan een zelfstandige zin worden gekoppeld.

Hoofdzin Bijzin Samen
She left the party early.
Ze ging vroeg weg van het feest.
because she was tired
omdat ze moe was
She left the party early because she was tired.
Ze ging vroeg weg van het feest omdat ze moe was.
I stayed home.
Ik bleef thuis.
because it was raining
omdat het regende
I stayed home because it was raining.
Ik bleef thuis omdat het regende.
We'll go out.
We gaan uit.
when the meeting ends
wanneer de vergadering afloopt
We'll go out when the meeting ends.
We gaan uit wanneer de vergadering afloopt.
You'll pass the test.
Je haalt de toets.
if you study hard
als je hard studeert
You'll pass the test if you study hard.
Je haalt de toets als je hard studeert.

1.2Voegwoorden

We kijken hier naar twee soorten voegwoorden (conjunctions): nevenschikkende (coordinating) en onderschikkende (subordinating). Nevenschikkende voegwoorden verbinden woorden, woordgroepen (phrases) of zelfstandige deelzinnen (independent clauses, hoofdzinnen) van gelijke rang, terwijl onderschikkende voegwoorden een bijzin (subordinate clause, afhankelijke zin) aan een zelfstandige zin (hoofdzin) koppelen en daarbij verbanden aangeven zoals reden, tijd of voorwaarde.

Soort Functie Voorbeeld
Nevenschikkend verbinden gelijkwaardige delen and, but, or

She loves painting, and she takes art classes every weekend.
Ze houdt van schilderen en ze volgt elk weekend tekenles.

He wanted to join us, but he had too much work to do.
Hij wilde met ons mee, maar hij had te veel werk te doen.

We can watch a movie at home, or we can go to the cinema.
We kunnen thuis een film kijken of we kunnen naar de bioscoop gaan.
Onderschikkend koppelen een afhankelijke zin aan een zelfstandige zin because, when, that, which...

She stayed home because she wasn't feeling well.
Ze bleef thuis omdat ze zich niet lekker voelde.

Call me when you arrive at the station.
Bel me wanneer je op het station aankomt.

I know that she's telling the truth.
Ik weet dat ze de waarheid spreekt.

He gave me a book, which I really enjoyed.
Hij gaf me een boek, dat ik erg leuk vond.

Test jezelf

Kies een van de gegeven opties - een nevenschikkend voegwoord.
She loves painting, _____ she takes art classes every weekend.
Kies een van de gegeven opties - een nevenschikkend voegwoord.
He wanted to join us, _____ he had too much work to do.
Kies een van de gegeven opties - een nevenschikkend voegwoord.
We can watch a movie at home, _____ we can go to the cinema.

1.3Interpunctie

Als er in een zin (sentence) meerdere hoofdzinnen (main clauses) staan, worden die normaal gesproken gescheiden door voegwoorden (conjunctions). Worden twee of meer volledige zinnen (complete sentences) verbonden met een nevenschikkend voegwoord, dan is een komma verplicht vóór dat voegwoord. Komma's worden vaak gebruikt om langere of ingewikkeldere deelzinnen te scheiden. Korte paren kunnen zonder komma aan elkaar.
Sommige bijzinnen (subordinate clauses) kunnen vooraan of achteraan in de zin staan. Als een bijzin de zin opent, wordt hij normaal gesproken door een komma gescheiden.

Voorbeeld Commentaar
She came home and the others went swimming.
Zij kwam thuis en de anderen gingen zwemmen.
hoofdzin + hoofdzin
korte paren kunnen zonder komma aan elkaar
She had to go return home later then we'd planned , and the others were able to spend some time in a swimming pool.
Ze moest later naar huis dan we gepland hadden , en de anderen konden nog een tijdje in het zwembad blijven.
hoofdzin + hoofdzin
langere of ingewikkeldere deelzinnen
If you are in town , we could have a coffee together.
Als je in de stad bent , zouden we samen koffie kunnen drinken.
bijzin + hoofdzin
de bijzin opent de zin
We could have a coffee together if you are in town.
We zouden samen koffie kunnen drinken als je in de stad bent.
hoofdzin + bijzin
de bijzin sluit de zin af

Je zet alleen een komma vóór een voorwaardelijke, tijd-, redengevende of toegevende bijzin achteraan in de zin om een contrast, een dramatisch effect of een nagekomen gedachte te benadrukken; in neutrale mededelingen laat je hem weg.
over de interpunctie bij betrekkelijke bijzinnen, zie het onderwerp Relative Clauses

2.Bijzinnen / soorten

2.1Tijd / wanneer?

Tijdsbijzinnen (time clauses) geven antwoord op de vraag WHEN (wanneer?)
We gebruiken tijdsbijzinnen om aan te geven wanneer iets gebeurt ten opzichte van iets anders. Een tijdsbijzin is meestal een bijzin en moet aan een hoofdzin (zelfstandige zin) worden gekoppeld.
In tijdsbijzinnen met een toekomstbetekenis gebruiken we de tegenwoordige tijden (Simple, Progressive (Continuous), Perfect) in plaats van de toekomende tijden.
Ook als het over de toekomst gaat, gebruiken we in tijdsbijzinnen de tegenwoordige tijden en niet de toekomende!

Inleidend woord Voorbeeld Commentaar
when When she opened the door, the cat ran outside.
Toen ze de deur opendeed, rende de kat naar buiten.

When he arrives, we'll start the meeting.
Wanneer hij aankomt, beginnen we met de vergadering.
Duidt het precieze moment aan waarop iets gebeurt.
toekomstbetekenis → Present tense!
after After you finish your homework, we'll go for a walk.
Nadat je je huiswerk af hebt, gaan we een stuk lopen.
Duidt iets aan dat later in de tijd gebeurt.
toekomstbetekenis → Present tense!
as As I was leaving the house, it suddenly began to rain.
Terwijl ik het huis uit ging, begon het opeens te regenen.
Duidt handelingen aan die tegelijk plaatsvinden
as soon as As soon as she gets here, we'll begin.
Zodra ze er is, beginnen we.
Duidt het moment aan dat direct op een ander volgt.
toekomstbetekenis → Present tense!
before Can you call me before you leave for the airport?
Kun je me bellen voordat je naar het vliegveld vertrekt?
Duidt iets aan dat eerder in de tijd gebeurt.
while While you are cooking, I'll be setting the table.
Terwijl jij kookt, dek ik de tafel.
Duidt handelingen aan die tegelijk plaatsvinden.
toekomstbetekenis → Present tense!
since We've been friends since we met in college.
We zijn vrienden sinds we elkaar op de universiteit hebben leren kennen.
Duidt het beginpunt aan van een handeling die doorloopt
till/until Don't start doing the exercises till you have learnt the rules.
Begin niet met de oefeningen voordat je de regels geleerd hebt.
Duidt het moment aan tot waar iets doorloopt.
toekomstbetekenis → Present tense!
Vermijd ontkennende werkwoorden in de hoofdzin na till of until!
once Once the guests arrive, dinner will be served.
Zodra de gasten er zijn, wordt het diner geserveerd.
Duidt het moment aan waarop aan een voorwaarde is voldaan.
toekomstbetekenis → Present tense!
whenever Whenever you arrive, just text me.
Hoe laat je ook aankomt, stuur me gewoon een berichtje.
Duidt iets aan dat bij elke of bij een willekeurige herhaalde gelegenheid gebeurt, ook in de toekomst.
the minute/the moment The moment I see him, I'll tell him the news.
Op het moment dat ik hem zie, vertel ik hem het nieuws.
Duidt een heel specifiek moment aan waarop iets begint.
toekomstbetekenis → Present tense!
every/each time Every time I visit London, I discover something new.
Elke keer dat ik in Londen kom, ontdek ik iets nieuws.
Duidt iets aan dat bij elke herhaalde gelegenheid gebeurt.

Het inleidende woord when begint niet per se een tijdsbijzin. Om te bepalen wat voor deelzin je voor je hebt, moet je nagaan op welke vraag hij antwoord geeft.

Test jezelf

Kies een van de gegeven inleidende woorden om de tijdsbijzin te vormen.
_____ he finishes his homework, we will go out for ice cream.
Kies een van de gegeven inleidende woorden om de tijdsbijzin te vormen.
I called her _____ I had heard the news.
Kies een van de gegeven inleidende woorden om de tijdsbijzin te vormen.
We have lived here _____ we got married.

2.2Voorwaarde / onder welke voorwaarde?

Voorwaardelijke bijzinnen (if-clauses) geven antwoord op de vraag ON WHAT CONDITION? (onder welke voorwaarde?)
Een voorwaardelijke bijzin (if-clause) is een bijzin (afhankelijke zin) die een voorwaarde uitdrukt. We gebruiken if-clauses om een voorwaarde aan te geven waaraan voldaan moet worden voordat gebeurt wat de hoofdzin zegt. Een if-clause is meestal een bijzin en moet aan een hoofdzin (zelfstandige zin) worden gekoppeld.
In if-clauses met een toekomstbetekenis gebruiken we de tegenwoordige tijden (Simple, Progressive (Continuous), Perfect) in plaats van de toekomende tijden.
Ook als het over de toekomst gaat, gebruiken we in if-clauses de tegenwoordige tijden en niet de toekomende!

Inleidend woord Voorbeeld Commentaar
if If you arrive early, we can get good seats.
Als je vroeg bent, kunnen we goede plaatsen krijgen.
Dit is een eenvoudige voorwaarde: goede plaatsen krijgen hangt af van vroeg komen.
toekomstbetekenis → Present tense!
unless Unless you hurry, you'll miss the bus.
Als je niet opschiet, mis je de bus.
Betekent if not: je mist de bus als je niet opschiet. Drukt een ontkennende voorwaarde uit.
toekomstbetekenis → Present tense!
Vermijd ontkennende werkwoorden in de hoofdzin na unless!
suppose/supposing Suppose it snows tomorrow, what will we do?
Stel dat het morgen sneeuwt: wat doen we dan?

Supposing you won the lottery, how would you spend the money?
Stel dat je de loterij zou winnen: hoe zou je het geld uitgeven?
Introduceren hypothetische situaties om over na te denken: «⁠wat als⁠»-scenario's (what if) die wel of niet werkelijkheid worden.
toekomstbetekenis → Present tense!
provided/providing You can borrow my car provided you return it by Sunday.
Je mag mijn auto lenen mits je hem vóór zondag terugbrengt.

I'll help you with homework providing you promise to try harder.
Ik help je met je huiswerk op voorwaarde dat je belooft beter je best te doen.
Stellen concrete voorwaarden waaraan voldaan moet worden: only if («⁠alleen als⁠») of on the condition that («⁠op voorwaarde dat⁠»).
toekomstbetekenis → Present tense!
on condition that I'll lend you money on condition that you pay me back next week.
Ik leen je geld op voorwaarde dat je het volgende week terugbetaalt.
Stelt een harde eis waaraan voldaan moet worden voordat de handeling van de hoofdzin plaatsvindt.
toekomstbetekenis → Present tense!
in case Take an umbrella in case it rains.
Neem een paraplu mee voor het geval dat het gaat regenen.
Drukt voorbereiding op een mogelijkheid uit: maatregelen nemen tegen iets wat zou kunnen gebeuren.toekomstbetekenis → Present tense!

Het inleidende woord if begint niet per se een if-clause. Om te bepalen wat voor deelzin je voor je hebt, moet je nagaan op welke vraag hij antwoord geeft.

Test jezelf

Kies een van de gegeven inleidende woorden om de voorwaardelijke bijzin te vormen.
_____ I had studied harder, I would have passed the exam.
Kies een van de gegeven inleidende woorden om de voorwaardelijke bijzin te vormen.
_____ she knew about it, she would care about her friend.
Kies een van de gegeven inleidende woorden om de voorwaardelijke bijzin te vormen.
_____ we had left earlier, we wouldn't have missed the train.

2.3Voorwerpszinnen / wat?

Voorwerpszinnen (noun clauses) geven antwoord op de vraag WHAT? (wat?)
We gebruiken voorwerpszinnen wanneer we het over iets willen hebben - een gedachte, een idee, een feit of een vraag bijvoorbeeld - binnen een grotere zin (sentence). Om te melden wat iemand gezegd, gedacht of gevraagd heeft. Om onbekende of onzekere informatie uit te drukken. Om ideeën af te maken die zijn ingeleid door werkwoorden (verbs) als know, think, ask, wonder, remember enzovoort. Een voorwerpszin is meestal een bijzin (clause) en moet aan een hoofdzin (zelfstandige zin) worden gekoppeld. Hij neemt de plaats in van een zelfstandig naamwoord (noun).

Inleidend woord Voorbeeld Commentaar
who I don't know who called you last night.
Ik weet niet wie je gisteravond gebeld heeft.
De voorwerpszin who called you last night is lijdend voorwerp bij know: hij benoemt een onbekende persoon.
what I remember what I promised to do.
Ik weet nog wat ik beloofd had te doen.
De voorwerpszin what I promised to do is lijdend voorwerp bij het werkwoord remember. Hij geeft antwoord op de vraag What do you remember?
where She told me where she hid the keys.
Ze vertelde me waar ze de sleutels verstopt had.
De voorwerpszin where she hid the keys is lijdend voorwerp en geeft een plaats aan.
how I understand how you feel about this situation.
Ik begrijp hoe je je bij deze situatie voelt.
De voorwerpszin how you feel about this situation is lijdend voorwerp en beschrijft de manier waarop iemand zich voelt.
which He couldn't decide which option was better.
Hij kon niet beslissen welke optie beter was.
De voorwerpszin which option was better is lijdend voorwerp en verwijst naar een keuze tussen alternatieven.
whose We discovered whose car was blocking the driveway.
We kwamen erachter van wie de auto was die de oprit blokkeerde.
De voorwerpszin whose car was blocking the driveway is lijdend voorwerp en geeft bezit aan.
when Nobody knows when the meeting will start.
Niemand weet wanneer de vergadering begint.
De voorwerpszin when the meeting will start is lijdend voorwerp en geeft een tijdstip aan.
whom I forgot whom I was supposed to contact.
Ik was vergeten met wie ik contact moest opnemen.
De voorwerpszin whom I was supposed to contact is lijdend voorwerp en benoemt een persoon (formeel gebruik).
why The teacher explained why the experiment failed.
De docent legde uit waarom het experiment mislukt was.
De voorwerpszin why the experiment failed is lijdend voorwerp en geeft een reden of oorzaak.
if I wonder if she will come to the party.
Ik vraag me af of ze naar het feest komt.
De voorwerpszin if she will come to the party is lijdend voorwerp en drukt onzekerheid over een mogelijkheid uit.
whether We need to decide whether we should leave early.
We moeten beslissen of we vroeg weggaan.
De voorwerpszin whether we should leave early is lijdend voorwerp en zet twee mogelijkheden tegenover elkaar (vroeg weggaan of niet).
that Everyone believes that honesty is important.
Iedereen vindt dat eerlijkheid belangrijk is.
De voorwerpszin that honesty is important is lijdend voorwerp en stelt een feit of een mening. That kan vaak worden weggelaten.

De inleidende woorden when en if beginnen niet per se een time clause of een if-clause. Om te bepalen wat voor deelzin je voor je hebt, moet je nagaan op welke vraag hij antwoord geeft.

Test jezelf

Vul het juiste inleidende woord van de voorwerpszin in.
The detective finally revealed _____ had stolen the priceless painting.
Vul het juiste inleidende woord van de voorwerpszin in.
She couldn't believe _____ he had just confessed.
Vul het juiste inleidende woord van de voorwerpszin in.
The treasure map showed _____ the ancient gold was buried.

2.4Reden / waarom?

Redengevende bijzinnen (clauses of reason) geven antwoord op de vraag WHY? (waarom?)
Ze leggen uit waarom iets gebeurt, of geven de reden achter een handeling (action) of een situatie. Het zijn bijzinnen (afhankelijke zinnen) (subordinate clauses) en ze moeten aan een hoofdzin (zelfstandige zin) worden gekoppeld.
Er zijn nogal wat mogelijke inleidende woorden.

Inleidend woord Voorbeeld Commentaar
because I stayed home because I was feeling sick.
Ik bleef thuis omdat ik me ziek voelde.
Geeft de directe reden om thuis te blijven: het ziek zijn bepaalde de beslissing.
since Since it's raining, we'll postpone the picnic.
Aangezien het regent, stellen we de picknick uit.

We'll postpone the picnic since it's raining.
We stellen de picknick uit, aangezien het regent.
De regen is de logische reden om de plannen te wijzigen.
as As the store was closed, we couldn't buy groceries.
Doordat de winkel dicht was, konden we geen boodschappen doen.

We couldn't buy groceries as the store was closed.
We konden geen boodschappen doen doordat de winkel dicht was.
De gesloten winkel verklaart waarom boodschappen doen onmogelijk was.
for
(formeel/literair)
He couldn't attend the meeting, for he was out of town.
Hij kon niet bij de vergadering zijn, want hij was de stad uit.
De stad uit zijn is de formele verklaring voor zijn afwezigheid.
For is formeler/literairder en klinkt onnatuurlijk in alledaagse taal.
now that Now that you're here, we can start the presentation.
Nu je er bent, kunnen we met de presentatie beginnen.

We can start the presentation now that you're here.
We kunnen met de presentatie beginnen nu je er bent.
Jouw komst schept de voorwaarde - en dus de reden - die het beginnen mogelijk maakt.
seeing that Seeing that everyone is ready, let's begin.
Nu iedereen klaar is, laten we beginnen.

Let's begin seeing that everyone is ready.
Laten we beginnen, nu iedereen klaar is.
Dat iedereen klaar is, is de logische reden om te beginnen.
considering that Considering that it's late, we should leave soon.
Gezien het feit dat het laat is, moeten we maar snel gaan.

We should leave soon considering that it's late.
We moeten maar snel gaan, gezien het feit dat het laat is.
Het late uur is de reden die de beslissing om te vertrekken ondersteunt.
given that Given that the weather is bad, the flight may be delayed.
Aangezien het weer slecht is, kan de vlucht vertraging krijgen.

The flight may be delayed given that the weather is bad.
De vlucht kan vertraging krijgen, aangezien het weer slecht is.
Het slechte weer is het feit waarop de verwachting van vertraging berust.
in view of the fact that
normaal aan het begin van de zin
elders klinkt het onnatuurlijk
In view of the fact that costs have risen, we need to adjust our budget.
Gezien het feit dat de kosten gestegen zijn, moeten we onze begroting bijstellen.
De gestegen kosten zijn de formele reden waarom de begroting moet veranderen.
due to the fact that
normaal aan het begin van de zin
elders klinkt het onnatuurlijk
Due to the fact that traffic was heavy, I arrived late.
Doordat het druk was op de weg, kwam ik te laat.
Het drukke verkeer veroorzaakte de vertraging rechtstreeks.
on account of the fact that
formeel
normaal aan het begin van de zin
elders klinkt het onnatuurlijk
On account of the fact that he was ill, he missed the exam.
Vanwege het feit dat hij ziek was, miste hij het examen.
De ziekte is de formele reden die het gemiste examen verklaart.
inasmuch as
zeer formeel
normaal aan het begin van de zin
elders klinkt het onnatuurlijk
Inasmuch as the evidence is inconclusive, we cannot make a decision.
Voor zover het bewijs niet doorslaggevend is, kunnen we geen beslissing nemen.
Niet-doorslaggevend bewijs is de logische grond om de beslissing uit te stellen.

Test jezelf

Vul het juiste inleidende woord van de redengevende bijzin in.
_____ the financial report contained errors, the board requested a revision.
Vul het juiste inleidende woord van de redengevende bijzin in.
_____ the CEO approved the proposal, we can proceed with implementation.
Vul het juiste inleidende woord van de redengevende bijzin in.
_____ the deadline was extended, the team prioritized quality over speed.

2.5Doel / waarvoor?

Doelaanduidende bijzinnen (clauses of purpose) geven antwoord op de vraag WHAT FOR? (waarvoor?)
Ze laten zien hoe je bedoelingen of doelen uitdrukt. Het zijn bijzinnen (afhankelijke zinnen) (subordinate clauses) en ze moeten aan een hoofdzin (zelfstandige zin) worden gekoppeld.

Inleidend woord Voorbeeld Commentaar
so that I left early so that my family could have dinner together.
Ik ging vroeg weg zodat mijn gezin samen kon eten.
Mijn handeling (vroeg weggaan) had als doel mijn gezin van dienst te zijn: hen samen te laten eten.
in order that The government reduced taxes in order that businesses might prosper.
De overheid verlaagde de belastingen opdat bedrijven zouden floreren.
De belastingverlaging had het formele doel bedrijven aan succes te helpen.
Deze bijzinnen zijn nodig wanneer de persoon op wie het doel betrekking heeft verschilt van het onderwerp van de hoofdzin, of wanneer het oorspronkelijke onderwerp opnieuw genoemd wordt. Een wisseling van onderwerp laat zien hoe de handeling van de ene persoon er specifiek op gericht is een andere persoon of groep te bevoordelen, te beïnvloeden of er effect op te hebben, waardoor er duidelijke doelverbanden tussen de betrokken partijen ontstaan.
Verschillende onderwerpen Oorspronkelijk onderwerp opnieuw genoemd
We turned down the music so that the neighbors wouldn't complain.
Wij zetten de muziek zachter zodat de buren niet zouden klagen.
She spoke quietly so that she wouldn't wake the baby.
Zij sprak zacht om de baby niet wakker te maken.
She spoke quietly in order that the baby would not wake.
Zij sprak zacht opdat de baby niet wakker zou worden.
We saved money so that we could buy a house.
Wij spaarden om een huis te kunnen kopen.
The company invested in training in order that employees would be more skilled.
Het bedrijf investeerde in scholing opdat de medewerkers beter opgeleid zouden zijn.
He studied diligently in order that he should succeed.
Hij studeerde hard om te slagen.

Verder wordt het doel uitgedrukt met een infinitief, soms voorafgegaan door in order to of so as (not) to.

Inleidende woorden Voorbeeld Commentaar
simple TO
de natuurlijkste en meest gebruikelijke vorm in alledaagse taal
She bought a camera to take better photos.
Ze kocht een camera om betere foto's te maken.
Ze kocht de camera met het doel de kwaliteit van haar foto's te verbeteren.
in order to
formeler, met een nadrukkelijke bedoeling
She bought a camera in order to take better photos.
Ze kocht een camera om betere foto's te maken.
Hetzelfde doel als simple TO, maar de volledige vorm benoemt de bedoeling uitdrukkelijk.
so as to
formeel, vaak in geschreven taal om herhaling te vermijden
She bought a camera so as to take better photos.
Ze kocht een camera om betere foto's te maken.
Opnieuw hetzelfde doel: je kiest het in geschreven taal om to niet te herhalen.
so as not to She tiptoed so as not to wake her roommate.
Ze liep op haar tenen om haar huisgenote niet wakker te maken.
Ze liep op haar tenen. Haar bedoeling was haar huisgenote niet wakker te maken.
gebruikt om een ontkennend doel uit te drukken.
in order not to We saved money in order not to go into debt.
We spaarden om geen schulden te maken.
Het sparen had het formele doel schulden te vermijden.
gebruikt om een ontkennend doel uit te drukken.

Test jezelf

Vul het juiste inleidende woord van de doelaanduidende bijzin in.
I muted your notifications _____ I could preserve my last remaining brain cells.
Vul het juiste inleidende woord van de doelaanduidende bijzin in.
The company installed biometric scanners _____ employees might feel both monitored and 'secure.'
Vul het juiste inleidende woord van de doelaanduidende bijzin in.
He proofread his text _____ autocorrect wouldn't sabotage him again.

2.6Toegeving / ondanks wat?

Toegevende bijzinnen (clauses of concession) geven antwoord op de vraag DESPITE WHAT? (ondanks wat?)
Ze geven informatie die botst met de feiten in de hoofdzin of daar op een onverwachte manier tegenin gaat. Ze laten zien dat iets gebeurt ondanks een hindernis of tegen de verwachting in. Toegevende bijzinnen laten zien dat het verwachte resultaat uitblijft of dat iets ondanks hindernissen toch gebeurt. Toegeving kunnen we met veel verschillende constructies en patronen uitdrukken.

Inleidende woorden Voorbeeld Commentaar
although Although it was raining, we went for a walk.
Hoewel het regende, gingen we wandelen.

We went for a walk although it was raining.
We gingen wandelen, hoewel het regende.
Ondanks de regen (de hindernis) liepen we toch: een onverwachte handeling met dat weer.
though Though he studied hard, he failed the exam.
Hoewel hij hard geleerd had, zakte hij voor het examen.

He failed the exam though he studied hard.
Hij zakte voor het examen, hoewel hij hard geleerd had.
Ondanks het harde leren (dat succes deed verwachten) volgde een onvoldoende: een verrassend resultaat.
even though Even though she was tired, she finished her work.
Ook al was ze moe, ze maakte haar werk af.

She finished her work even though she was tired.
Ze maakte haar werk af, ook al was ze moe.
Ondanks de vermoeidheid (een reden om te stoppen) rondde ze de taak af: het contrast wordt benadrukt.
while
in de betekenis van although
While I understand your point, I disagree with you.
Hoewel ik begrijp wat je bedoelt, ben ik het niet met je eens.

I disagree while I understand your point.
Ik ben het er niet mee eens, hoewel ik begrijp wat je bedoelt.
Ondanks het begrip (dat tot instemming zou kunnen leiden) blijft de onenigheid bestaan.
much as Much as I'd like to help, I don't have time.
Hoe graag ik ook zou helpen, ik heb geen tijd.
wordt zelden aan het eind gebruikt
Ondanks de wil om te helpen staat tijdgebrek het in de weg.
-ever
however,whatever,whoever etc = no matter how, what, who etc
However hard he tried, he couldn't solve the problem.
Hoe hard hij het ook probeerde, hij kreeg het probleem niet opgelost.
Ondanks maximale inspanning bleef het succes uit.
-ever Whichever day you visit, I won't be at home.
Welke dag je ook langskomt, ik ben niet thuis.
Het maakt niet uit welke dag je kiest om langs te komen - maandag, dinsdag of welke andere dag ook - want op alle mogelijke dagen ben ik van huis.
in spite of the fact that
kan aan het begin staan, achteraan klinkt het onnatuurlijk
In spite of the fact that he was warned, he continued.
Ondanks het feit dat hij gewaarschuwd was, ging hij door.
De waarschuwing (een reden om te stoppen) veranderde zijn gedrag niet.
despite the fact that
kan aan het begin staan, achteraan klinkt het onnatuurlijk
Despite the fact that it was expensive, she bought the dress.
Ondanks het feit dat hij duur was, kocht ze de jurk.
De hoge prijs (een reden om niet te kopen) hield de aankoop niet tegen.
notwithstanding the fact that
zeer formeel
meestal aan het begin
Notwithstanding the fact that he was inexperienced, he got the job.
Niettegenstaande het feit dat hij onervaren was, kreeg hij de baan.
Het gebrek aan ervaring (een hindernis bij het aannemen) hield de aanstelling niet tegen.
no matter how/what/where/when No matter how much I practice, I can't play that song.
Hoeveel ik ook oefen, ik krijg dat nummer niet gespeeld.
Hoeveel je ook oefent, de vaardigheid blijft buiten bereik.

Test jezelf

Vul het juiste inleidende woord van de toegevende bijzin in.
_____ the cat had five comfy beds, she slept in a shoebox.
Vul het juiste inleidende woord van de toegevende bijzin in.
_____ I followed the recipe exactly, my cake still exploded.
Vul het juiste inleidende woord van de toegevende bijzin in.
_____ he trained with ninjas, he couldn't open a pickle jar.

2.7Beperkende betrekkelijke bijzinnen / welke precies?

Beperkende betrekkelijke bijzinnen (defining relative clauses) geven de noodzakelijke informatie die aangeeft over welke persoon, welk ding of welke plaats we het hebben. Zonder die informatie zou de zin (sentence) onduidelijk of onvolledig zijn. Beperkende betrekkelijke bijzinnen preciseren en identificeren het voorafgaande zelfstandig naamwoord (noun) door cruciale details te geven die het onderscheiden van alle andere zelfstandige naamwoorden (nouns) van hetzelfde soort.
Geen komma's rond de deelzin (clause)!

Inleidende woorden
betrekkelijke voornaamwoorden
Gebruik Voorbeeld
who Personen (onderwerp) The man who called yesterday wants to buy the car.
De man die gisteren belde, wil de auto kopen.
whom Personen (voorwerp, formeel) The person whom you met is my cousin.
De persoon die je ontmoet hebt, is mijn neef.
whose Bezit (personen/dingen) The student whose essay won first prize gets a scholarship.
De student wiens essay de eerste prijs won, krijgt een beurs.

I stayed at a hotel whose rooms overlooked the sea.
Ik logeerde in een hotel waarvan de kamers uitkeken op zee.
which Dingen/dieren (onderwerp of voorwerp) The book which I lent you is overdue.
Het boek dat ik je geleend heb, had al terug gemoeten.

The dog which bit me was taken to the vet.
De hond die me gebeten heeft, is naar de dierenarts gebracht.
that Personen/dingen (onderwerp of voorwerp, informeel) The movie that we watched was excellent.
De film die we gezien hebben, was uitstekend.

She's the person that helped me at the airport.
Zij is de persoon die me op het vliegveld geholpen heeft.
where Plaatsen This is the house where I grew up.
Dit is het huis waar ik opgegroeid ben.
when Tijd Do you remember the day when we first met?
Weet je de dag nog waarop we elkaar voor het eerst ontmoetten?

WEGLATEN VAN BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN (relative pronouns)

Geval Mag het weg? Voorbeelden
het betrekkelijk voornaamwoord is VOORWERP Ja The book which I bought is interesting. = The book I bought is interesting.
Het boek dat ik gekocht heb, is interessant.

The man whom I met was friendly. = The man I met was friendly.
De man die ik ontmoet heb, was vriendelijk.
het betrekkelijk voornaamwoord is ONDERWERP Nee The man called is waiting outside.→The man who called is waiting outside.
De man die gebeld heeft, staat buiten te wachten.

The book is on the table is mine.→The book that is on the table is mine.
Het boek dat op tafel ligt, is van mij.

Test jezelf

Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord om een beperkende betrekkelijke bijzin te vormen.
The teacher _____ helps me the most is very patient.
Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord om een beperkende betrekkelijke bijzin te vormen.
The woman _____ I saw at the conference is a famous author.
Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord om een beperkende betrekkelijke bijzin te vormen.
The laptop _____ I bought last year is already broken.

2.8Uitbreidende betrekkelijke bijzinnen / extra informatie over een al bekend zelfstandig naamwoord

Uitbreidende betrekkelijke bijzinnen (non-defining relative clauses) geven extra informatie over een zelfstandig naamwoord (noun) dat al duidelijk geïdentificeerd is. Die extra informatie zou weggelaten kunnen worden zonder de basisbetekenis van de zin (sentence) te veranderen.
Altijd tussen komma's!
Je kunt that niet als betrekkelijk voornaamwoord gebruiken (pronoun)

Inleidende woorden
betrekkelijke voornaamwoorden
Gebruik Voorbeeld
who Personen (onderwerp/voorwerp) My brother, who lives in Paris, is a chef.
Mijn broer, die in Parijs woont, is chef-kok.

My cousin, who I haven't seen in years, is coming to visit.
Mijn neef, die ik in geen jaren gezien heb, komt op bezoek.
whom Personen (voorwerp, formeel) The author, whom I met yesterday, signed my book.
De schrijver, die ik gisteren ontmoet heb, signeerde mijn boek.
whose Bezit Sarah, whose car broke down, took the bus.
Sarah, wier auto kapot was gegaan, nam de bus.
which Dingen/dieren The house, which was built in 1920, needs repairs.
Het huis, dat in 1920 gebouwd is, moet gerenoveerd worden.

Her dog, which she adopted two years ago, follows her everywhere.
Haar hond, die ze twee jaar geleden geadopteerd heeft, volgt haar overal.
where Plaatsen London, where I was born, is very expensive.
Londen, waar ik geboren ben, is erg duur.
when Tijd December, when it's coldest, is my favorite month.
December, wanneer het het koudst is, is mijn lievelingsmaand.

Gebruik that nooit in uitbreidende betrekkelijke bijzinnen!!!

Test jezelf

Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord om een uitbreidende betrekkelijke bijzin te vormen.
My brother, _____ lives in Paris, is a chef.
Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord om een uitbreidende betrekkelijke bijzin te vormen.
My cousin, _____ I haven't seen in years, is coming to visit.
Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord om een uitbreidende betrekkelijke bijzin te vormen.
Her dog, _____ she adopted two years ago, follows her everywhere.

2.9Aansluitende betrekkelijke bijzinnen / wat gebeurde er daarna? wat is het verband?

Aansluitende betrekkelijke bijzinnen (connective relative clauses) verwijzen naar de hele voorafgaande deelzin of zin (clause/sentence), niet naar één zelfstandig naamwoord (noun). Ze beginnen meestal met which en drukken een resultaat, een gevolg of een extra opmerking over de hele situatie uit.
Er gaat altijd een komma aan vooraf!
Controlevraag: kun je which vervangen door and this of and that? → Zo ja, dan is het waarschijnlijk een aansluitende betrekkelijke bijzin.

Veelvoorkomende aansluitpatronen
betrekkelijk voornaamwoord + ...
Voorbeeld Commentaar
WHICH + werkwoord It started raining heavily, which ruined our picnic.
Het begon hard te regenen, wat onze picknick verpestte.
= and this ruined our picnic.
= en dat verpestte onze picknick.
WHICH + werkwoord She forgot her keys, which meant she couldn't get in.
Ze vergat haar sleutels, wat betekende dat ze niet naar binnen kon.
= and this meant she couldn't get in.
= en dat betekende dat ze niet naar binnen kon.
WHICH + werkwoord The meeting was cancelled, which surprised everyone.
De vergadering werd afgelast, wat iedereen verraste.
= and this surprised everyone.
= en dat verraste iedereen.
WHICH + BE + bijvoeglijk naamwoord/zelfstandig naamwoord He arrived two hours late, which was very annoying.
Hij kwam twee uur te laat, wat heel vervelend was.
= and this was very annoying.
= en dat was heel vervelend.
WHICH + BE + bijvoeglijk naamwoord/zelfstandig naamwoord They offered me the job, which was a great surprise.
Ze boden me de baan aan, wat een grote verrassing was.
= and this was a great surprise.
= en dat was een grote verrassing.
WHICH + BE + bijvoeglijk naamwoord/zelfstandig naamwoord The train broke down, which was the last thing we needed.
De trein ging kapot, wat wel het laatste was wat we konden gebruiken.
= and this was the last thing we needed.
= en dat was wel het laatste wat we konden gebruiken.
WHICH + modaal werkwoord The restaurant was closed, which could explain why it was so quiet.
Het restaurant was dicht, wat zou kunnen verklaren waarom het er zo stil was.
= and this could explain why it was so quiet.
= en dat zou kunnen verklaren waarom het er zo stil was.
WHICH + modaal werkwoord She didn't study for the exam, which might explain her poor grade.
Ze had niet voor het examen geleerd, wat mogelijk haar slechte cijfer verklaart.
= and this might explain her poor grade.
= en dat verklaart mogelijk haar slechte cijfer.
WHICH + modaal werkwoord It's raining again, which should help the garden.
Het regent weer, wat de tuin goed zou moeten doen.
= and this should help the garden.
= en dat zou de tuin goed moeten doen.

Test jezelf

Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord van een aansluitende betrekkelijke bijzin.
He missed the deadline again, _____ annoyed his manager more than he expected.
Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord van een aansluitende betrekkelijke bijzin.
I spilled coffee on my shirt five minutes into the date, _____ made a great first impression.
Kies het juiste betrekkelijk voornaamwoord van een aansluitende betrekkelijke bijzin.
We finally installed solar panels, _____ should help with the terrifying electricity bill.

3.Veelgestelde vragen

Hoofdzin en bijzin in het Engels: wat is het verschil?

Een hoofdzin (main clause) kan op zichzelf een volledige zin zijn, een bijzin (subordinate clause) niet, omdat die geen volledige gedachte uitdrukt. Allebei hebben ze een onderwerp (subject) en een werkwoord. In "I stayed home because it was raining" is "I stayed home" de hoofdzin en "because it was raining" de bijzin. Een bijzin begint meestal met een woord als "because", "when", "if", "although" of "that", en moet aan een hoofdzin vastzitten: "Because it was raining." is op zichzelf geen volledige zin.

Although of despite: is "despite it was raining" goed Engels?

Nee: na "despite" komt geen bijzin, dus zeg "although it was raining" of "despite the rain". In het Nederlands kan "ondanks dat het regende", in het Engels niet. "Although", "though" en "even though" leiden een bijzin in met een eigen onderwerp en werkwoord: "Although it was raining, we went for a walk". "Despite" en "in spite of" krijgen een zelfstandig naamwoord (noun) of een -ing-vorm: "Despite the rain, we went for a walk". Wil je toch een bijzin, voeg "the fact that" toe: "Despite the fact that it was raining". Zo ook: "because it rained", maar "because of the rain".

Bijzinnen van tijd: waarom "when he arrives" en niet "when he will arrive"?

In een bijzin van tijd over de toekomst gebruik je een present-vorm, geen "will": zeg "When he arrives, we'll start", niet "When he will arrive". De toekomst staat alleen in de hoofdzin. Na "when", "as soon as", "before", "after", "until" of "once" blijft de bijzin in de present: "I'll call you as soon as I get home", "We'll go for a walk after you've finished your homework". Bij if-zinnen werkt het net zo. Maar geeft de bijzin met "when" antwoord op de vraag "wat?" (een noun clause), dan is "will" wel goed: "Nobody knows when the meeting will start".

Komma bij een bijzin in het Engels: wanneer zet je een komma bij "because", "if" of "when"?

Zet een komma als de bijzin vooraan staat, en meestal geen komma als hij achteraan staat. Schrijf dus "If you are in town, we could have a coffee", maar "We could have a coffee if you are in town", en "I stayed home because it was raining", zonder komma. In het Nederlands staat voor "omdat" vaak wel een komma, maar in het Engels komt die er achteraan alleen bij een tegenstelling of een toevoeging achteraf. Voor "that" staat ook geen komma: "I know that she's telling the truth", niet "I know, that she's telling the truth".

Beperkende en uitbreidende bijzinnen (defining en non-defining relative clauses): wanneer gebruik je komma's en "that"?

Een beperkende bijzin (defining) krijgt geen komma's; een uitbreidende bijzin (non-defining) geeft extra informatie, staat tussen komma's en begint nooit met "that". Vergelijk "The man who called yesterday wants to buy the car" (de bijzin zegt welke man) met "My brother, who lives in Paris, is a chef" (extra informatie die je kunt weglaten). In het Nederlands kan "dat" in beide soorten, in het Engels niet: zeg "The house, which was built in 1920, needs repairs", niet "The house, that was built in 1920". In een beperkende bijzin is "that" wel goed: "The movie that we watched was excellent".

Klaar om dit onderwerp te oefenen?

Download de app en oefen dit onderwerp als een game — met XP, reeksen en directe feedback.