Past Perfect
De tijd «Past Perfect» beschrijft een handeling die was afgerond vóór een andere handeling of vóór een bepaald moment in het verleden. Hij wordt meestal gebruikt om de volgorde van gebeurtenissen te laten zien en duidelijk te maken welke handeling het eerst gebeurde.
1.Constructies
1.1Zinsbouw / Regelmatige werkwoorden
Om de tijd (tense) Past Perfect te vormen, volg je deze basisregels:
S = onderwerp (subject)
hadn't = had not
QW = vraagwoord
| Constructie | Voorbeelden | |
|---|---|---|
| + bevestigend | S + had + werkwoord(+ed / d) + ... | I had already visited John before the meeting started. Ik had John al bezocht voordat de vergadering begon. |
| - ontkennend | S + hadn't + werkwoord(+ed / d) +... | They hadn't arrived by the time we came in. Ze waren nog niet aangekomen tegen de tijd dat wij binnenkwamen. |
| ? vragend | (QW) + had + S + werkwoord(+ed / d) +...? | Had he studied for the test before it started? Had hij voor de toets geleerd voordat die begon? |
Test jezelf
1.2Zinsbouw / Onregelmatige werkwoorden
Om de tijd (tense) Past Perfect te vormen, volg je deze basisregels:
S = onderwerp (subject)
(III) = de vorm van het voltooid deelwoord (participle) van het hoofdwerkwoord (main verb) → lijst met onregelmatige werkwoorden (3e kolom)
hadn't = had not
QW = vraagwoord
| Constructie | Voorbeelden | |
|---|---|---|
| + bevestigend | S + had + werkwoord(III) + ... | I had seen John twice before he moved to France. Ik had John twee keer gezien voordat hij naar Frankrijk verhuisde. |
| - ontkennend | S + hadn't + werkwoord(III) +... | We hadn't seen John before he moved to France. We hadden John niet gezien voordat hij naar Frankrijk verhuisde. |
| ? vragend | (QW) + had + S + werkwoord(III) +...? | Had you read the book before I returned it to Jack? Had je het boek gelezen voordat ik het aan Jack teruggaf? |
Test jezelf
2.Gebruik
2.1Handelingen die vóór een andere gebeurtenis in het verleden waren afgerond
Past Perfect gebruik je niet zomaar om een gebeurtenis in het verre verleden te beschrijven! Er moet een andere gebeurtenis in het verleden zijn, die minder ver terugligt en waarmee het contrasteert.
Het beschrijft handelingen die vóór een andere gebeurtenis in het verleden waren afgerond. Het staat vaak bij bijwoorden (adverbs) of bijwoordelijke bepalingen (adverb phrases) zoals by the time en before, die de volgorde verduidelijken.
Past Perfect is handig om een volgorde te laten zien wanneer het extra belangrijk is te begrijpen wat er in welke volgorde gebeurde.
| Voorbeeld | Commentaar |
|---|---|
| By the time I got to the station, the train had left. Tegen de tijd dat ik op het station aankwam, was de trein al vertrokken. |
First, the train left. Then, I got to the station. Eerst vertrok de trein. Daarna kwam ik op het station aan. |
In dit gebruik veronderstelt de tijd (tense) Past Perfect meerdere niveaus van het verleden, want hij verwijst naar een niveau van het verleden dat verder terugligt dan een later niveau. Dat kan bijvoorbeeld samen met de tijd Past Simple, zoals in de volgende voorbeelden.
| Voorbeeld | Commentaar |
|---|---|
| She got home and noticed that something had changed. Ze kwam thuis en merkte dat er iets veranderd was. |
First, some changes occurred. Then, she got home and noticed that. (two actions one following another - almost no time gap) Eerst vonden er enkele veranderingen plaats. Daarna kwam ze thuis en merkte ze het. (twee handelingen na elkaar - bijna zonder tijdsverschil) |
| By the time Jack turned 16, he had finished growing. Tegen de tijd dat Jack 16 werd, was hij gestopt met groeien. |
First, he finished growing (completed action). Only then, he turned 16. Eerst stopte hij met groeien (afgeronde handeling). Pas daarna werd hij 16. |
| When Ksusha arrived at the party, Artem had already gone home. Toen Ksusha op het feest aankwam, was Artem al naar huis gegaan. |
Ksusha arrived at the party. This is the starting point of the story. Then, we want to talk about things that happened before this time. (Artem had already gone home) Ksusha kwam op het feest aan. Dat is het beginpunt van het verhaal. Daarna willen we het hebben over dingen die vóór dat moment gebeurden. (Artem was al naar huis gegaan) |
| When I called, they had just left. Toen ik belde, waren ze net vertrokken. |
I wasn't able to talk to them. First, they left. Then, I called. Ik kon ze niet spreken. Eerst vertrokken ze. Daarna belde ik. |
| Jay woke up this morning and saw that they had missed a call from their mother. Jay werd vanochtend wakker en zag dat hij een telefoontje van zijn moeder had gemist. |
Jay woke up and saw something that happened before. It was a call from their mother. Jay werd wakker en zag iets wat eerder was gebeurd. Het was een telefoontje van zijn moeder. |
Het belangrijkste gebruik van de Past Perfect is laten zien welke van twee gebeurtenissen het eerst plaatsvond.
| Gebeurtenis 1 in het verleden | Gebeurtenis 2 in het verleden |
|---|---|
| The patient died. De patiënt overleed. |
The doctor arrived. De arts arriveerde. |
Deze twee zinnen (sentences) kun je op verschillende manieren combineren om hun onderlinge verband in het verleden te laten zien.
| Voorbeeld | Commentaar |
|---|---|
| The patient died when the doctor arrived (Past Simple). De patiënt overleed toen de arts arriveerde (Past Simple). |
The patient died at the time or just after the doctor arrived. De patiënt overleed op het moment dat de arts arriveerde, of vlak daarna. |
| The patient had died when the doctor arrived. De patiënt was al overleden toen de arts arriveerde. |
The patient was already dead when the doctor arrived. De patiënt was al dood toen de arts arriveerde. |
| The doctor arrived quickly, but the patient had already died. De arts was er snel, maar de patiënt was al overleden. |
The patient was already dead when the doctor arrived. De patiënt was al dood toen de arts arriveerde. |
| When I arrived, Anne left. Toen ik aankwam, vertrok Anne. |
She left at that moment. In this sentence, I saw Anne, however briefly. Ze vertrok op dat moment. In deze zin heb ik Anne nog gezien, al was het kort. |
| When I arrived, Anne had left. Toen ik aankwam, was Anne al vertrokken. |
She left before I got there. In this sentence, I didn't see her at all. Ze vertrok voordat ik er was. In deze zin heb ik haar helemaal niet gezien. |
Je hebt de Past Perfect niet altijd nodig om te laten zien welke gebeurtenis het eerst kwam. Soms is dat vanzelf duidelijk. Voor gebeurtenissen die na elkaar plaatsvinden, voor een keten van gebeurtenissen, gebruik je normaal de Past Simple:
| Voorbeeld |
|---|
| After I finished, I went home. Nadat ik klaar was, ging ik naar huis. |
| I got out of the taxi, paid the fare, tipped the driver and dashed into the station. Ik stapte uit de taxi, betaalde de rit, gaf de chauffeur een fooi en snelde het station in. |
| 'I came, I saw, I conquered,' Julius Caesar declared. 'Ik kwam, ik zag, ik overwon', verklaarde Julius Caesar. |
Test jezelf
2.2Onvervulde hoop en wensen
De tijd (tense) Past Perfect kan onvervulde hoop en wensen uitdrukken. Had krijgt dan meestal klemtoon. Daarvoor gebruik je werkwoorden (verbs) als expect, hope, intend, mean, suppose, think, want, om dingen te beschrijven die we hoopten of wilden doen, maar niet hebben gedaan.
| Voorbeeld |
|---|
| I HAD hoped we would leave tomorrow, but it won't be possible. Ik had gehoopt dat we morgen zouden vertrekken, maar het gaat niet lukken. |
| He HAD intended to make a cake, but he ran out of time. Hij was van plan geweest een taart te bakken, maar hij kwam tijd tekort. |
| I HAD hoped to send him a telegram to congratulate him on his marriage, but I didn't manage it. Ik had gehoopt hem een telegram te sturen om hem met zijn huwelijk te feliciteren, maar het is er niet van gekomen. |
| They HAD wanted to travel to Italy, but their plans fell through. Ze hadden naar Italië willen reizen, maar hun plannen liepen op niets uit. |
| I HAD thought we would catch the train, but we missed it. Ik had gedacht dat we de trein zouden halen, maar we misten hem. |
| She HAD supposed they would finish the project on time, but they didn't. Ze had aangenomen dat ze het project op tijd zouden afronden, maar dat deden ze niet. |
| I HAD meant to tell you about the meeting, but I got distracted. Ik was van plan geweest je over de vergadering te vertellen, maar ik raakte afgeleid. |
| We HAD expected the package to arrive earlier, but it was delayed. We hadden verwacht dat het pakket eerder zou aankomen, maar het liep vertraging op. |
Test jezelf
2.3It Was the First/Second... that...
De tijd (tense) Past Perfect staat na It was the first/second...last...(that)...
| Voorbeeld |
|---|
| It was the first time that I had heard her sing. Het was de eerste keer dat ik haar had horen zingen. |
| It was the fifth time she had asked the same question. Het was de vijfde keer dat ze dezelfde vraag had gesteld. |
| It was only the second opera I had seen in my life. Het was pas de tweede opera die ik in mijn leven had gezien. |
Test jezelf
3.Veelgestelde vragen
Wanneer gebruik je de Past Perfect?
Gebruik de Past Perfect, had + voltooid deelwoord (past participle), voor een handeling die al klaar was vóór een ander moment in het verleden. Bijvoorbeeld: "By the time I got to the station, the train had left." Zo laat je zien welke van twee gebeurtenissen in het verleden eerst kwam, vaak met by the time, before, already of just. De Past Perfect is niet bedoeld voor alles wat lang geleden is: je hebt een later moment in het verleden nodig van waaruit je terugkijkt, zoals in "She got home and noticed that someone had moved her chair."
Past Perfect of Past Simple: wat is het verschil?
De Past Simple vertelt wat er toen gebeurde; de Past Perfect zegt dat iets vóór dat moment al was gebeurd. Vergelijk "When I arrived, Anne left" (ze ging weg toen ik aankwam) met "When I arrived, Anne had left" (ze was al weg). Is de volgorde al duidelijk, bijvoorbeeld in een reeks gebeurtenissen of met after, dan is de Past Simple genoeg: "After I finished work, I went home."
Is "When I arrived, she has already left" goed, of moet het de Past Perfect zijn?
Nee, zeg "When I arrived, she had already left": kijk je terug vanuit het verleden, dan gebruik je had, niet has of have. De Present Perfect (has left) verbindt het verleden met nu en kan dus niet terugkijken vanaf een moment in het verleden. De Past Perfect heeft had bij elk onderwerp (subject), ook in ontkenningen en vragen: "They hadn't arrived by the time we came in" en "Had you met him before the party?"
Past Perfect of Past Simple na "It was the first time"?
Na "It was the first time" is in een verhaal de Past Perfect de gewone vorm: "It was the first time I had flown alone." In het Nederlands zeg je "het was de eerste keer dat ik alleen vloog", maar in het Engels is de Past Perfect hier de standaardvorm; de Past Simple hoor je soms in informele spreektaal. Hetzelfde patroon werkt met second, third en only: "It was only the second concert she had ever been to." Gaat het om nu, dan gebruik je de Present Perfect: "It's the first time I've been here."
Wat betekent "I had hoped" in de Past Perfect?
Met de Past Perfect "I had hoped" beschrijf je een hoop of plan uit het verleden dat niet is uitgekomen. Bijvoorbeeld: "I had hoped to finish the report today, but the meeting ran late." Hetzelfde werkt met expect, intend, mean, suppose, think en want: "We had meant to call you, but we forgot" en "She had expected the exam to be easy." In spreektaal krijgt had vaak de klemtoon om de teleurstelling te laten horen.

