Will en going to
De tijd future simple gebruik je voor spontane beslissingen, beloften of voorspellingen die op je eigen mening berusten (bijv. I think it will rain - «Ik denk dat het gaat regenen»). De constructie «to be Going to» gebruik je voor geplande handelingen of voorspellingen die op zichtbare aanwijzingen berusten. Laten we het verschil in gebruik bekijken!
1.Vooraf geplande bedoeling tegenover spontane of onmiddellijke beslissing
1.1Mate van planning of spontaniteit
Het verschil tussen to be going to en future simple zit, wat bedoelingen betreft, in de mate van planning of spontaniteit:
To be going to gebruik je om vooraf overwogen bedoelingen of plannen uit te drukken die al vóór het moment van spreken gemaakt zijn. Het geeft aan dat de beslissing al doordacht of voorbereid was.
Future simple gebruik je om spontane beslissingen uit te drukken, of bedoelingen die op het moment van spreken ontstaan. Vaak wijst het op een minder geplande, directere handeling (action).
| To be going to | Future simple |
|---|---|
| - Why are you buying so many flower seeds? - Waarom koop je zoveel bloemzaad? - I'm going to plant a garden in the backyard this spring.(Pre-planned intention.) - Ik ga deze lente een tuin in de achtertuin aanleggen. (Vooraf geplande bedoeling.) |
- The backyard looks so empty! - De achtertuin ziet er zo leeg uit! - You're right. I'll plant some flowers there this weekend.(Spontaneous decision.) - Je hebt gelijk. Dan plant ik er dit weekend wat bloemen. (Spontane beslissing.) |
| - Why are you taking all those books home? - Waarom neem je al die boeken mee naar huis? - I'm going to study for my history exam tomorrow.(Premeditated plan.) - Ik ga voor mijn geschiedenisexamen van morgen leren. (Vooraf bedacht plan.) |
- I've just realized the exam is tomorrow! - Ik besef net dat het examen morgen is! - Oh no! I'll stay up tonight and help you study.(Spontaneous decision.) - O nee! Ik blijf vannacht op en help je met leren. (Spontane beslissing.) |
| - Why are you carrying those tools? - Waarom draag je dat gereedschap mee? - I'm going to repair the car this weekend.It's been making strange noises.(Pre-planned intention.) - Ik ga de auto dit weekend repareren. Hij maakt al een tijdje vreemde geluiden. (Vooraf geplande bedoeling.) |
- The car has just broken down! - De auto is net kapotgegaan! - Don't worry, I'll take a look at it right now.(Spontaneous decision.) - Geen zorgen, ik kijk er nu meteen naar. (Spontane beslissing.) |
Test jezelf
2.Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen will en going to?
Going to gebruik je voor plannen van vóór het gesprek, will (de tijd Future Simple) voor beslissingen die je tijdens het praten neemt. Vergelijk «I'm going to plant a garden this spring. I've already bought the seeds» (al gepland) met «The backyard looks empty. You're right, I'll plant some flowers there» (net besloten). Ook de vorm verschilt: be in going to past zich aan het onderwerp (subject) aan: «I'm going to», «she's going to»; will blijft hetzelfde: «I'll», «she'll».
Is «I will visit my aunt next week» goed als het plan al vaststaat?
Het is niet fout, maar voor een plan dat je al eerder maakte, klinkt «I'm going to visit my aunt next week» natuurlijker. Going to laat zien dat de beslissing al vaststaat: «My bags are packed. I'm going to leave for the airport at six.» Will past als je pas op dat moment beslist. Zegt iemand «Your aunt called, she feels lonely», dan antwoord je «Oh, I'll visit her next week then.»
Will of going to bij een spontane beslissing: «I'll answer it» of «I'm going to answer it»?
Je zegt «I'll answer it»: bij een beslissing op het moment van praten gebruik je will (de tijd Future Simple), niet going to. De telefoon gaat en je reageert zonder plan, dus «I'm going to answer it» klinkt minder natuurlijk. Hetzelfde geldt als je ter plekke iets aanbiedt of belooft: «You look tired. I'll make you a coffee» of «The car has broken down? Don't worry, I'll take a look at it right now.»
Will of going to bij voorspellingen: «It will rain» of «It's going to rain»?
Ze zijn allebei goed, maar going to gebruik je als je nu al tekenen ziet, en will als je je mening geeft. Je zegt «Look at those clouds! It's going to rain» (je ziet de wolken) en «I think it will rain tomorrow» (je mening). Het Nederlandse «het gaat regenen» lijkt erop, maar dat zeg je ook zonder zichtbare tekenen. Bij een duidelijk teken vlak voor je klinkt going to het natuurlijkst: «Look out! We're going to crash!»
Will of going to in vragen: «Where will you put it?» of «Where are you going to put it?»
Beide vragen zijn goed. «Where are you going to put it?» vraagt naar een plan dat iemand waarschijnlijk al heeft, «Where will you put it?» is neutraler en kan vragen naar een beslissing van nu. Laat een vriend je iets zien dat hij net heeft gekocht, dan is «Where are you going to put it?» het natuurlijkst. Bij een weigering kunnen ook beide: «No, I won't lend it to you» en «No, I'm not going to lend it to you.»

