Education

If-zinnen in het Engels: alle conditionals op een rij

Hoeveel soorten if-zinnen heeft het Engels en wanneer gebruik je welke? De zero, first, second en third conditional in één tabel met vertaalde voorbeelden, dezelfde situatie in alle vier de types, hoe je Nederlandse als-zinnen omzet, de typische fouten van Nederlandstaligen en een oefening met antwoorden.

#B1 #B2 #if-zinnen
If-zinnen in het Engels: alle conditionals op een rij

If-zinnen (in het Engels conditional sentences of kortweg conditionals) zijn zinnen met if (als): If it rains, we'll stay at home (Als het regent, blijven we thuis). Het Engels heeft vier soorten, die in de meeste grammatica's van 0 tot 3 genummerd worden: de zero, first, second en third conditional, ook wel if-zin type 0, 1, 2 en 3. Elk type combineert twee vaste werkwoordstijden. Het lastige is niet om de formules te leren, maar om te kiezen welke je nodig hebt. Hieronder vind je de vier types in één tabel met vorm en vertaald voorbeeld, een uitleg per type, het verschil tussen de zero en first conditional en tussen de first en second conditional, dezelfde situatie in alle vier de types, hoe je Nederlandse ‘als’-zinnen naar het Engels omzet en de fouten die Nederlandstaligen het vaakst maken. Aan het eind staat een oefening van 12 zinnen met antwoorden. Ken je de theorie al en wil je meteen oefenen, begin dan met de oefeningen in de cursus conditionals.

1.Wat is een if-zin (conditional sentence)?

Een if-zin bestaat uit twee delen:

  • de voorwaarde (if clause): de bijzin die met if begint. If you heat ice...
  • het gevolg (main clause): de hoofdzin, met wat er gebeurt, zal gebeuren, zou gebeuren of zou zijn gebeurd als aan de voorwaarde wordt voldaan. ...it melts.

De twee delen kunnen in beide volgordes staan; de betekenis blijft hetzelfde. Alleen de komma verandert: staat de if-zin vooraan, dan zet je er een komma achter. Staat hij achteraan, dan meestal niet.

Volgorde Voorbeeld
voorwaarde + gevolg If you study, you'll pass.
gevolg + voorwaarde You'll pass if you study.

Let op het verschil met het Nederlands: na een bijzin die vooraan staat, draait de Nederlandse hoofdzin om (Als je leert, slaag je). Het Engels doet dat niet. Het onderwerp blijft gewoon vóór het werkwoord staan: If you study, you'll pass, niet If you study, will you pass (dat is een vraag).

Welk type if-zin je hebt, hangt af van de werkwoordstijden in de twee delen. Daarom is het handig als je de present simple, de past simple en de past perfect al een beetje kent: dat zijn de drie tijden die na if komen.

2.De 4 if-zinnen in één tabel

Type Voorwaarde (if...) Gevolg Waarvoor gebruik je het? Voorbeeld
Zero conditional (type 0) present simple present simple algemene waarheden, feiten, gewoontes If you heat ice, it melts. (Als je ijs verwarmt, smelt het.)
First conditional (type 1) present simple will + hele werkwoord een mogelijke situatie in de toekomst If it rains, we'll stay at home. (Als het regent, blijven we thuis.)
Second conditional (type 2) past simple would + hele werkwoord een denkbeeldige of onwaarschijnlijke situatie, nu of in de toekomst If I had more time, I'd learn Japanese. (Als ik meer tijd had, zou ik Japans leren.)
Third conditional (type 3) past perfect would have + voltooid deelwoord een verleden dat niet zo is gebeurd, en wat er dan anders was geweest If I had known, I'd have come. (Als ik het had geweten, was ik gekomen.)

Een handig ezelsbruggetje: hoe verder van de werkelijkheid de voorwaarde staat, hoe verder terug het werkwoord na if gaat. Wat echt kan, staat in de tegenwoordige tijd (type 0 en 1). Wat je je alleen voorstelt, gaat één stap terug naar de past simple (type 2). En wat niet meer kan, omdat het al voorbij is, gaat twee stappen terug naar de past perfect (type 3).

In sommige Nederlandse en Vlaamse lesmethodes heten ze gewoon if-zinnen type 1, 2 en 3, en krijgt type 0 geen eigen nummer. Het zijn dezelfde zinnen; alleen de nummering verschilt.

3.Zero conditional (type 0): wat altijd gebeurt

Vorm: if + present simple, present simple.

Met de zero conditional zeg je wat er altijd gebeurt als aan de voorwaarde wordt voldaan: natuurwetten, wetenschappelijke feiten, instructies en gewoontes. Het gaat niet over één bepaalde situatie, maar over een algemene regel.

Engels Nederlands
If you mix blue and yellow, you get green. Als je blauw en geel mengt, krijg je groen.
If I drink coffee after six, I don't sleep. Als ik na zessen koffie drink, kan ik niet slapen.
Plants die if they don't get water. Planten gaan dood als ze geen water krijgen.
If the light is red, you stop. Als het licht op rood staat, stop je.

In de zero conditional betekenen if en when bijna hetzelfde, omdat de situatie zich telkens herhaalt: When you heat ice, it melts (Wanneer je ijs verwarmt, smelt het). Bij de andere types zijn ze niet uitwisselbaar, zoals je verderop ziet. Meer voorbeelden en oefeningen vind je op de pagina met uitleg en oefeningen bij de zero conditional.

Zero of first conditional: wat is het verschil?

De zero en first conditional hebben allebei de present simple na if. Het verschil zit in het gevolg, en in wat je bedoelt:

Zin Wat je bedoelt
If you leave ice cream in the sun, it melts. Een algemene regel: ijs smelt altijd in de zon.
If you leave your ice cream in the sun, it'll melt. Eén concrete situatie, nu: een waarschuwing aan iemand met een ijsje.

Een snelle test: kun je if vervangen door whenever (telkens als) zonder dat de betekenis verandert? Dan is het een zero conditional. Gaat het over één situatie die nog moet komen, dan is het een first conditional.

4.First conditional (type 1): een mogelijke toekomst

Vorm: if + present simple, will + hele werkwoord.

De first conditional gaat over een concrete situatie in de toekomst die de spreker echt mogelijk vindt, en over het waarschijnlijke gevolg ervan. Je gebruikt hem voor waarschuwingen, beloftes, dreigementen en plannen.

Engels Nederlands
If you don't hurry, you'll miss the bus. Als je niet opschiet, mis je de bus.
If it's sunny on Saturday, we'll go to the beach. Als het zaterdag mooi weer is, gaan we naar het strand.
I'll call you if I need help. Ik bel je als ik hulp nodig heb.
What will you do if you don't get the job? Wat ga je doen als je de baan niet krijgt?

Drie dingen om op te letten:

  • Na if geen will in dit soort zinnen, ook al gaat het over de toekomst: If it rains tomorrow, niet If it will rain tomorrow. Hier helpt het Nederlands je: ook daar zeg je ‘als het morgen regent’ en niet ‘als het morgen zal regenen’. Hetzelfde geldt na when, as soon as (zodra), before, after en until: I'll call you when I get home (Ik bel je als ik thuis ben).
  • In het gevolg staat meestal will. Het Nederlands zegt vaak gewoon ‘mis je de bus’ of ‘gaan we naar het strand’, in de tegenwoordige tijd. In het Engels klinkt If you don't hurry, you miss the bus als een algemene regel. Voor een concreet gevolg in de toekomst gebruik je will.
  • In plaats van will kun je ook can, might of may gebruiken, of een opdracht: If you finish early, you can go home. If you see Anna, tell her to call me.

En unless betekent if not (tenzij): Unless you leave now, you'll be late = If you don't leave now, you'll be late.

Op de pagina first conditional: uitleg, voorbeelden en oefeningen staan meer vertaalde zinnen, de varianten met can en might en interactieve oefeningen.

5.Second conditional (type 2): het denkbeeldige

Vorm: if + past simple, would + hele werkwoord.

De second conditional gaat over denkbeeldige, onwerkelijke of onwaarschijnlijke situaties nu of in de toekomst. Het werkwoord staat in de verleden tijd, maar het gaat niet over het verleden: de verleden tijd laat hier alleen zien dat het niet echt zo is. Het Nederlands doet dat ook. In ‘Als ik rijk was’ staat was ook in de verleden tijd, terwijl je het over nu hebt.

Engels Nederlands
If I had a car, I'd visit my grandparents more often. Als ik een auto had, zou ik vaker bij mijn opa en oma langsgaan.
If she lived closer, we'd see her more often. Als ze dichterbij woonde, zouden we haar vaker zien.
What would you do if you won the lottery? Wat zou je doen als je de loterij zou winnen?
If I were you, I wouldn't sign that contract. Als ik jou was, zou ik dat contract niet tekenen.

Geen would in de if-zin. In het Nederlands mag ‘zou’ in allebei de delen staan: ‘Als ik meer tijd zou hebben, zou ik Japans leren.’ In het Engels staat would alleen in het gevolg. In de if-zin gebruik je de past simple: If I had more time, I'd learn Japanese, niet If I would have more time.

Were voor iedereen. Bij to be gebruikt de second conditional traditioneel were, ook na I, he, she en it: If I were rich..., If it were cheaper.... In gewone gesprekken hoor je ook If I was rich, en dat is informeel heel normaal. Maar op toetsen en in de vaste uitdrukking If I were you (Als ik jou was) gebruik je were. Twijfel je in het algemeen tussen was en were, lees dan was of were? To be in de past simple uitgelegd.

In het gevolg kun je would ook vervangen door could (zou kunnen) of might (zou misschien): If I had more money, I could travel more.

First of second conditional: hoe zie jij de situatie?

Het verschil tussen type 1 en type 2 zit niet in de situatie zelf, maar in hoe de spreker die ziet:

Zin Wat de spreker denkt
If I get the job, I'll move to Rotterdam. Ik heb een sollicitatiegesprek gehad; het kan echt.
If I got the job, I'd move to Rotterdam. Ik denk niet dat ik hem krijg, of ik fantaseer maar wat.

Allebei goed. Twijfel je in een oefening, zoek dan naar aanwijzingen in de context. Gaat het om een concreet plan of iets wat al gepland staat, dan is het meestal de first conditional. Bij imagine, in my dreams of iets wat nu onmogelijk is (If I were taller...) is het de second. Meer oefenen kan op de pagina met uitleg, voorbeelden en oefeningen bij de second conditional.

6.Third conditional (type 3): het verleden dat niet gebeurde

Vorm: if + past perfect, would have + voltooid deelwoord.

Met de third conditional stel je je een ander verleden voor dan wat echt gebeurde, en het gevolg daarvan, dat dus ook niet gebeurde. Omdat je het verleden niet meer kunt veranderen, gebruik je hem vooral voor spijt, kritiek en gemiste kansen.

Engels Nederlands
If I had left earlier, I wouldn't have missed the train. Als ik eerder was vertrokken, had ik de trein niet gemist.
If you had told me, I would have helped you. Als je het me had verteld, had ik je geholpen.
She would have passed if she had studied harder. Ze was geslaagd als ze harder had geleerd.
If we hadn't taken a taxi, we would have been late. Als we geen taxi hadden genomen, waren we te laat gekomen.

In al deze zinnen is de werkelijkheid het omgekeerde: If I had left earlier betekent dat ik niet eerder vertrok, en I wouldn't have missed the train betekent dat ik de trein wel miste.

Het gevolg krijgt would have. Het Nederlands zet in het gevolg vaak gewoon ‘had’ of ‘was’: ‘Als ik het had geweten, was ik gekomen.’ Vertaal je dat woord voor woord, dan krijg je If I had known, I had come, en dat is fout. In het Engels staat in het gevolg altijd would have (of could have / might have) + voltooid deelwoord: If I had known, I would have come.

Pas op met 'd. In de third conditional staat de afkorting 'd vaak in allebei de delen, maar niet met dezelfde betekenis: in de voorwaarde is het had, in het gevolg would.

If I'd known, I'd have come. = If I had known, I would have come.

Trucje: volgt er na 'd een heel werkwoord (have, go, learn), dan is het would. Volgt er een voltooid deelwoord (known, seen, gone, had), dan is het had.

In het gevolg kun je ook could have (had kunnen) en might have (had misschien) gebruiken: If we had asked, they might have said yes. Meer voorbeelden en oefeningen vind je bij de uitleg en oefeningen van de third conditional. Twijfel je nog over de vorm had + voltooid deelwoord zelf, lees dan eerst past perfect of past perfect continuous? Het verschil uitgelegd.

7.Dezelfde situatie in alle vier de types

Het verschil zie je het best als je één situatie, vrije tijd hebben, in alle vier de types uitwerkt:

Type Engels Nederlands Wat het betekent
0 If I have free time, I read. Als ik vrije tijd heb, lees ik. Een gewoonte: telkens als ik tijd heb.
1 If I have some free time tomorrow, I'll call you. Als ik morgen tijd heb, bel ik je. Het kan: misschien heb ik tijd.
2 If I had more free time, I'd learn to cook. Als ik meer vrije tijd had, zou ik leren koken. Maar die heb ik niet.
3 If I had had more free time last year, I'd have learned to cook. Als ik vorig jaar meer vrije tijd had gehad, had ik leren koken. Die had ik niet, en ik heb het niet geleerd.

Kijk naar type 3: had had is geen tikfout. De eerste had is het hulpwerkwoord van de past perfect, de tweede is het voltooid deelwoord van have (hebben), net als ‘had gehad’ in het Nederlands.

Welke if-zin gebruik je? Drie vragen

  1. Gaat het om iets wat altijd gebeurt, een algemene regel? Dan gebruik je de zero conditional.
  2. Stel je je een ander verleden voor dan wat echt gebeurde? Dan gebruik je de third conditional.
  3. Gaat het over nu of de toekomst? Vind je het echt mogelijk of alleen denkbeeldig? Mogelijk: first conditional. Denkbeeldig of onwaarschijnlijk: second conditional.

En de mixed conditionals?

Veel lesboeken noemen nog een vijfde soort: de mixed conditional (gemengde if-zin). Die combineert type 2 en type 3 als de voorwaarde en het gevolg over verschillende momenten gaan. Het vaakst zie je een voorwaarde in het verleden met een gevolg nu:

If I had taken that job, I would live in London now. (Als ik die baan had aangenomen, zou ik nu in Londen wonen.)

En andersom: een blijvende situatie nu met een gevolg in het verleden:

If I were taller, I would have joined the basketball team. (Als ik langer was, was ik bij het basketbalteam gegaan.)

Mixed conditionals zijn B2-C1-stof. Beheers je de vier basistypes, dan zijn ze niet moeilijk meer: je kiest elk deel gewoon op basis van het moment waar het over gaat.

8.Van ‘als’ naar if: zo vertaal je Nederlandse als-zinnen

Het Nederlands en het Engels lijken hier veel op elkaar, en dat helpt. Ook het Nederlands zet het werkwoord een stap terug in de tijd als iets denkbeeldig is (‘als ik rijk was’), en ook het Nederlands gebruikt na ‘als’ de tegenwoordige tijd voor de toekomst (‘als het morgen regent’). De verschillen zitten in een paar woorden: ‘als’, ‘zou’ en ‘had/was’. Deze tabel koppelt de vormen die je in het Nederlands al gebruikt aan het Engels:

In het Nederlands In het Engels Voorbeeld
als / wanneer + tegenwoordige tijd, tegenwoordige tijd (altijd zo) zero conditional Als het regent, wordt de straat nat. = If it rains, the street gets wet.
als + tegenwoordige tijd, tegenwoordige tijd of gaan / zullen (één situatie in de toekomst) first conditional Als het morgen regent, blijven we thuis. = If it rains tomorrow, we'll stay at home.
als (= op het moment dat) / zodra + tegenwoordige tijd when / as soon as + present simple Zodra ik thuis ben, bel ik je. = As soon as I get home, I'll call you.
tenzij unless + present simple Je komt te laat, tenzij je nu vertrekt. = You'll be late unless you leave now.
als + verleden tijd (of zou + hele werkwoord), zou + hele werkwoord second conditional Als ik geld had, zou ik reizen. = If I had money, I'd travel.
als ik jou was / in jouw plaats If I were you Als ik jou was, zou ik het doen. = If I were you, I'd do it.
als + voltooid verleden tijd, had / was + voltooid deelwoord (of zou hebben / zou zijn + voltooid deelwoord) third conditional Als ik het had geweten, was ik gekomen. = If I'd known, I'd have come.
stel dat suppose / imagine Stel dat je de loterij zou winnen, wat zou je dan doen? = Suppose you won the lottery, what would you do?
voor het geval dat (voorzorg) in case + present simple Neem een paraplu mee voor het geval dat het gaat regenen. = Take an umbrella in case it rains.

‘Als’ is if én when

Het Nederlandse ‘als’ dekt twee Engelse woorden. Gebruik if als het misschien gebeurt, en when als het zeker gebeurt en je alleen niet precies weet wanneer:

  • ‘Als ik de baan krijg, verhuis ik.’ → If I get the job, I'll move. (Misschien krijg ik hem niet.)
  • ‘Als ik thuis ben, bel ik je.’ → When I get home, I'll call you. (Ik kom zeker thuis.)

Een andere valkuil is het Engelse woord as. Dat betekent soms wel ‘als’, maar dan in de zin van ‘in de rol van’ (as a teacher: als leraar), en verder vaak ‘omdat’, ‘terwijl’ of ‘zoals’. Het betekent nooit ‘als’ in een voorwaarde (behalve in as long as: zolang, mits).

‘Zou’ en would

De Nederlandse ‘zou’-vormen komen goed overeen met het Engels: ‘zou + hele werkwoord’ (zou werken) is would + hele werkwoord (would work), en ‘zou hebben + voltooid deelwoord’ (zou hebben gewerkt) is would have + voltooid deelwoord (would have worked). Alleen gebruik je ze in het Engels niet in de if-zin, alleen in het gevolg.

Let ook op: ‘zou’ betekent niet altijd would. ‘De trein zou om acht uur vertrekken’ betekent dat het zo gepland was: The train was supposed to leave at eight (of was due to).

Zonder if: Had I known, Should you have

In formeel Engels kun je if weglaten en het hulpwerkwoord naar voren halen, net als in het Nederlands:

  • ‘Had ik het geweten, dan was ik gekomen.’ = Had I known, I would have come. (= If I had known...)
  • ‘Mocht je vragen hebben, bel me dan.’ = Should you have any questions, please call me. (= If you have any questions...)

Let op: in het Nederlands kan dat met bijna elk werkwoord (‘Heb je vragen, bel me dan’), in het Engels alleen met had, should en were. Have you any questions, call me is dus fout; zeg If you have any questions... Je ziet deze omgekeerde vorm vooral in zakelijke mails en nette teksten. In een gewoon gesprek gebruik je if.

9.Fouten die Nederlandstaligen vaak maken met if-zinnen

Fout Goed Waarom
If I would have more time, I'd learn Japanese. If I had more time, I'd learn Japanese. In het Nederlands mag ‘zou’ in beide delen (‘als ik meer tijd zou hebben’). In het Engels staat would niet in de if-zin.
If I would have known, I would have come. If I had known, I would have come. ‘Als ik het zou hebben geweten’: in de if-zin van type 3 staat de past perfect.
If I had known, I had come. If I had known, I would have come. ‘Dan was ik gekomen’: in het Engels heeft het gevolg would have nodig.
If you help me, I buy you lunch. If you help me, I'll buy you lunch. In het Nederlands kan het gevolg in de tegenwoordige tijd (‘trakteer ik je op lunch’); in het Engels krijgt een concreet gevolg in de toekomst meestal will.
If you study, will you pass the test. If you study, you'll pass the test. In het Nederlands draait de hoofdzin om (‘zul je slagen’, ‘slaag je’); in het Engels niet. Met will you vooraan maak je er een vraag van.
When I win the lottery, I'll buy a boat. If I win the lottery, I'll buy a boat. ‘Als’ is if én when. When doet alsof het zeker gaat gebeuren.
As you have any questions, call me. If you have any questions, call me. As is ‘als’ in as a teacher (als leraar), of ‘omdat’, ‘terwijl’ of ‘zoals’, maar nooit ‘als’ in een voorwaarde.
If I will see her, I'll tell her. If I see her, I'll tell her. Na if geen will in dit soort zinnen. Het Nederlands doet het ook zo: ‘als ik haar zie’.
Unless you don't study, you'll fail. Unless you study, you'll fail. Unless is al ontkennend (if not), net als ‘tenzij’. Er hoort geen tweede ontkenning bij.
Have you any questions, call me. If you have any questions, call me. ‘Heb je vragen, bel me dan’ kan in het Nederlands, maar in het Engels kun je alleen had, should en were zo vooraan zetten (Should you have any questions...).
Take an umbrella if it rains. Take an umbrella in case it rains. ‘Voor het geval dat’ (voorzorg) is in case: je neemt hem van tevoren mee. If it rains zou betekenen: neem hem alleen mee als het regent.

Een van de meest gemaakte fouten is de eerste: would in allebei de delen (If I would have money, I would...). Een regel die bijna altijd werkt: na if geen would. Uitzonderingen zijn een paar beleefde formules, zoals If you would follow me, please (Als u mij wilt volgen) en If you'd like... (Als je wilt...), waarin would ‘willen’ betekent. Die horen niet bij de vier types.

10.Oefening: vul de juiste if-zin in

Zet de werkwoorden tussen haakjes in de juiste vorm. Bedenk eerst welk type if-zin het is.

  1. If you (press) this button, the machine (stop).
  2. If it (not / rain) on Saturday, we (have) a picnic.
  3. If I (be) you, I (say) sorry to her.
  4. If they (leave) on time, they (not / miss) the flight. But they left late.
  5. I (call) you as soon as I (arrive).
  6. What (you / do) if you (lose) your phone? Imagine it.
  7. If water (fall) below 0 °C, it (freeze).
  8. Unless you (hurry), you (be) late.
  9. If she (study) medicine, she (be) a doctor now. But she studied law.
  10. If we (know) about the train strike, we (take) the car. We didn't know.
  11. Take some money in case you (need) a taxi.
  12. If I (have) a dog, I (walk) it every morning. But I live in a tiny flat.
Antwoorden (klik om te openen)

1: press, stops (zero conditional: zo werkt de machine altijd; will stop kan ook als het om één concrete situatie gaat)
2: doesn't rain, 'll have / will have (first conditional: een mogelijk plan voor zaterdag; ook goed: 're going to have)
3: were, would say / 'd say (second conditional: If I were you, een advies)
4: had left, wouldn't have missed (third conditional: ze vertrokken te laat en misten de vlucht; ook goed: might not have missed)
5: 'll call / will call, arrive / have arrived (as soon as + present simple, ook al gaat het over de toekomst; in het Nederlands: zodra ik aankom)
6: would you do, lost (second conditional: een denkbeeldige situatie)
7: falls, freezes (zero conditional: een natuurkundig feit)
8: hurry, 'll be / will be (first conditional met unless = if you don't hurry)
9: had studied, would be / 'd be (mixed conditional: voorwaarde in het verleden, gevolg nu)
10: had known, would have taken / 'd have taken (third conditional: we wisten het niet; ook goed: could have taken / might have taken)
11: need (in case = voor het geval dat, uit voorzorg; present simple, geen will)
12: had, would walk / 'd walk (second conditional: ik heb geen hond, het is denkbeeldig)

11.Hoe ga je verder?

Had je er een paar fout? Ga dan terug naar de drie vragen hierboven: bijna alle fouten ontstaan doordat je niet eerst beslist of de situatie echt kan, denkbeeldig is of al voorbij. Oefen daarna elk type apart. Begin met de first conditional oefenen, de if-zin die je in gesprekken het vaakst nodig hebt. Gaat die vanzelf, ga dan verder met de oefeningen bij de second conditional en de oefeningen bij de third conditional, of doe alle vier op volgorde in de cursus conditionals van GrammarTrack. Elke pagina heeft een korte uitleg in het Nederlands, voorbeelden en interactieve oefeningen die laten zien waarom een antwoord fout is.

Gerelateerde artikelen

Minder lezen, meer oefenen

Download de app en maak van wat je net hebt gelezen een spel, met XP, reeksen en directe feedback.