Onregelmatige werkwoorden, deel 2 (Irregular verbs)

Hier is een lijst met veelgebruikte onregelmatige werkwoorden voor leerders op middelbaar niveau. Deze werkwoorden komen vaak voor in alledaagse gesprekken en in geschreven taal.

1.Lijst met onregelmatige werkwoorden

1.1Mentale activiteiten

Deze werkwoorden (verbs) hebben te maken met denken, emoties of waarneming.

Infinitief Simple Past Past Participle
arise - ontstaan arose arisen
choose - kiezen chose chosen
dream - dromen dreamt/dreamed dreamt/dreamed
forget - vergeten forgot forgotten
mean - betekenen meant meant
read - lezen read read
speak - spreken spoke spoken

Test jezelf

Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
dream – dreamt,dreamed – _____
Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
mean – meant – _____
Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
read – read – _____

1.2Fysieke activiteiten

Deze werkwoorden (verbs) drukken lichamelijke handelingen of bewegingen uit.

Infinitief Simple Past Past Participle
break - breken broke broken
build - bouwen built built
burn - branden burnt/burned burnt/burned
cut - snijden cut cut
draw - tekenen drew drawn
fall - vallen fell fallen
fight - vechten fought fought
fly - vliegen flew flown
freeze - bevriezen froze frozen
grow - groeien grew grown
hang - hangen hung hung
hold - vasthouden held held
hurt - pijn doen hurt hurt
ride - rijden rode ridden
shake - schudden shook shaken
sit - zitten sat sat
sleep - slapen slept slept
steal - stelen stole stolen
swim - zwemmen swam swum
tear - scheuren tore torn
wear - dragen wore worn

Test jezelf

Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
_____ – built – built
Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
_____ – burnt,burned – burnt/burned
Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
_____ – cut – cut

1.3Uitwisseling/communicatie

Deze werkwoorden (verbs) gaan over uitwisseling, communicatie of handelingen tussen mensen.

Infinitief Simple Past Past Participle
feed - voeden fed fed
lend - uitlenen (aan iemand) lent lent
let - laten let let
lose - verliezen lost lost
sell - verkopen sold sold
send - sturen sent sent

Test jezelf

Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
_____ – fed – fed
Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
feed – fed – _____
Schrijf de ontbrekende vorm van het werkwoord (Infinitief - Past Simple - Past Participle)
_____ – lent – lent

2.Veelgestelde vragen

Swam of swum: wat is de verleden tijd van swim?

"Swam" is de Past Simple van swim, en "swum" is het voltooid deelwoord (past participle), dat je gebruikt na have, has of had. Zeg "He swam across the river yesterday" en "He has swum across the river", niet "He swum across the river" of "He has swam across the river". Meer onregelmatige werkwoorden volgen dit patroon: "fall - fell - fallen", "ride - rode - ridden", "draw - drew - drawn", "break - broke - broken". Gebruik de tweede vorm los voor een afgeronde handeling in het verleden: "She fell off her bike."

Is "cutted" of "letted" goed als verleden tijd in het Engels?

Nee, de verleden tijd van cut en let is "cut" en "let": deze onregelmatige werkwoorden blijven in alle drie de vormen gelijk. Hurt en cost werken net zo: "hurt - hurt - hurt", "cost - cost - cost". Zeg "I cut my finger yesterday", niet "I cutted my finger yesterday", en "She hurt her leg", niet "She hurted her leg". Zet ook geen -ed achter een onregelmatige verledentijdsvorm: "wore", "shook" en "held" zijn al verleden tijd, dus "wored", "shooked" en "helded" zijn fout.

Wat is de verleden tijd van read en hoe spreek je die uit?

De verleden tijd van read schrijf je ook "read", maar je spreekt hem uit als /red/ (rijmt op "bed"), niet als /riːd/ (rijmt op "need"). Het voltooid deelwoord is hetzelfde: "read - read - read". Vergelijk "I usually read in the evening" (/riːd/) met "I read that book last week" en "I have read it twice" (allebei /red/). Schrijf nooit "readed" of "red" voor het werkwoord. Bij he of she is de present "reads", dus "She read the book" is verleden tijd.

Hung of hanged: wat is de verleden tijd van hang?

De verleden tijd en het voltooid deelwoord van hang zijn "hung" als het om dingen gaat: "hang - hung - hung". "Hanged" gebruik je alleen voor mensen die door ophanging worden gedood. In het Nederlands zeg je in beide gevallen "opgehangen", maar het Engels maakt dat onderscheid wel. Zeg "He hung his coat on the hook" en "We have hung the pictures on the wall", niet "He hanged his coat on the hook". Bij kleding, schilderijen, lampjes of versiering is de juiste vorm "hung".

Burnt of burned, dreamt of dreamed: welke vorm van deze onregelmatige werkwoorden is goed?

Allebei zijn goed: burn en dream hebben twee geaccepteerde verledentijdsvormen. Het Brits-Engels gebruikt "burnt" en "dreamt" naast "burned" en "dreamed", het Amerikaans-Engels vooral "burned" en "dreamed". Dezelfde vorm werkt voor de Past Simple en het voltooid deelwoord (past participle): "I burned the toast" of "I burnt the toast", "She has dreamed of this day" of "She has dreamt of this day". In het Amerikaans-Engels is "burnt" als bijvoeglijk naamwoord (adjective) nog gewoon: "burnt toast".

Klaar om dit onderwerp te oefenen?

Download de app en oefen dit onderwerp als een game — met XP, reeksen en directe feedback.