Future Simple

De tijd «⁠Future Simple⁠» beschrijft handelingen of gebeurtenissen die in de toekomst zullen plaatsvinden - vaak wanneer het besluit spontaan wordt genomen, wanneer we niet zeker weten wat er gaat gebeuren, of wanneer we iets beloven, een voorspelling doen of iets aanbieden.

1.Structures (constructies)

1.1Structures of Sentences

Om de tijd (tense) Future Simple te vormen, volg je deze basisregels.

S = onderwerp (subject)
won't = will not
QW = vraagwoord (question word)

Constructie Voorbeelden
+ Bevestigend S + will + werkwoord + ... I will definitely help you.
Ik zal je zeker helpen.
- Ontkennend S + will not/ won't + werkwoord + ... No! I won't go there!
Nee! Ik zal daar niet naartoe gaan!
? Vragend (QW) + will + S + werkwoord + ...? What will you do if he comes? Will you help me with the test?
Wat zul je doen als hij komt? Wil je me helpen met de toets?

Test jezelf

Zet het werkwoord in de future simple.
She (go) _____ to the store later.
Zet het werkwoord in de future simple.
He (study) _____ for the test tonight.
Zet het werkwoord in de future simple.
I (call) _____ you when I arrive.

2.Use (gebruik)

2.1Predictive Future

De tijd Future Simple kan een voorspelling (predictive future) uitdrukken: daarmee beschrijf je bekende feiten of wat wij voor waar houden, en druk je vermoedens uit die op de kennis van de spreker gebaseerd zijn. We gebruiken deze tijd (tense) om te zeggen wat we over de toekomst weten of geloven (niet wat iemand al besloten heeft).

Voorbeeld Commentaar
He will not refund this money.
Hij zal dit geld niet terugbetalen.
He never does, I know it. It's a prediction based on my knowledge.
Dat doet hij nooit, ik weet het. Het is een voorspelling die op mijn kennis gebaseerd is.
The elevator will break down.
De lift zal kapotgaan.
This brand doesn't last long. It's a prediction based on my knowledge.
Dit merk gaat niet lang mee. Het is een voorspelling die op mijn kennis gebaseerd is.
- Do you think Ann will pass the exam?
- Denk je dat Ann het examen zal halen?

- Yes, she's a good driver. She'll pass it easily.
- Ja, ze rijdt goed. Ze zal het makkelijk halen.
My friend believes that Ann will pass the driving test. He is predicting the future. It is based on his knowledge about Ann's skills.
Mijn vriend denkt dat Ann het rijexamen zal halen. Hij voorspelt de toekomst. Dat is gebaseerd op wat hij over Anns vaardigheden weet.
Anna looks completely different now. You won't recognise her.
Anna ziet er nu heel anders uit. Je zult haar niet herkennen.
I believe you won't. I am predicting that because I suppose it. You haven't seen her for ages!
Ik denk van niet. Ik voorspel dat, omdat ik het vermoed. Je hebt haar in geen eeuwen gezien!
They've been away a long time. When they return, they'll find a lot of changes here.
Ze zijn lang weg geweest. Als ze terugkomen, zullen ze hier veel veranderingen aantreffen.
That's a known fact that there are lots changes and I suppose they will see them all.
Het is een bekend feit dat er hier veel veranderingen zijn, en ik vermoed dat ze ze allemaal zullen zien.

Test jezelf

Zet het werkwoord in de juiste tijd.
She does this often. She (forget) _____ to bring her keys.
Zet het werkwoord in de juiste tijd.
It's an old model. This laptop (overheat) _____ soon.
Zet het werkwoord in de juiste tijd.
This happens to everyone. You (regret) _____ not taking the opportunity.

2.2Immediate Decisions (not plans!)

De tijd Future Simple kan spontane besluiten (immediate decisions) of spontane voornemens (immediate intentions) uitdrukken die uit een opwelling (impulse) voortkomen. Je hebt er van tevoren niet over nagedacht en niets gepland.

Voorbeeld Commentaar
- I've left my purse in the car.
- Ik heb mijn portemonnee in de auto laten liggen.

- I'll lend you some money.
- Ik zal je wat geld lenen.
I had no plan. It's my decision based on an impulse.
Ik had geen plan. Het is mijn besluit dat uit een opwelling voortkomt.
Oh, I've left the door open. I'll go and shut it.
O, ik heb de deur open laten staan. Ik ga hem dichtdoen.
I have just come up with the idea. It is based on an impulse.
Het idee is net bij me opgekomen. Het komt uit een opwelling voort.
- What would you like to drink?
- Wat wil je drinken?

- I'll have orange juice, please.
- Ik neem een jus d'orange, graag.
I haven't planned that. It is my spontaneous decision.
Dat had ik niet gepland. Het is mijn spontane besluit.
- Have you called John?
- Heb je John gebeld?

- Nope, but I'll call him now.
- Nee, maar ik zal hem nu bellen.
It's my spontaneous decision. I haven't thought about it before.
Het is mijn spontane besluit. Ik heb er van tevoren niet over nagedacht.

Test jezelf

Zet het werkwoord in de juiste tijd. Let op de context.
She (check) _____ the answer for you.
Zet het werkwoord in de juiste tijd. Let op de context.
He (bring) _____ some water.
Zet het werkwoord in de juiste tijd. Let op de context.
They (fix) _____ it immediately.

2.3Promises, Requests/Offers, Hopes, Opinions, Threats, ...

De tijd Future Simple kan hoop, verwachtingen, beloften, beleefde verzoeken en aanbod, meningen, dreigementen enz. uitdrukken.
De tijd Future Simple staat vaak na werkwoorden (verbs) en werkwoordgroepen (verb phrases) zoals assume, be afraid, be sure, believe, doubt, expect, hope, suppose, think enz.
Je kunt onzekerheid uitdrukken door de tijd Future Simple te gebruiken met bijwoorden (adverbs) zoals perhaps, possibly, probably, surely enz.

Voorbeeld Commentaar
I hope she'll get the job she's applied for.
Ik hoop dat ze de baan zal krijgen waarop ze gesolliciteerd heeft.
I hope so.
Dat hoop ik.
I hope he will win the match.
Ik hoop dat hij de wedstrijd zal winnen.
My hope or expectation.
Mijn hoop of verwachting.
I will help you!
Ik zal je helpen!
My promise.
Mijn belofte.
Will you help me?
Wil je me helpen?
It is a polite request.
Het is een beleefd verzoek.
Will you come with me?
Wil je met me meegaan?
It is an offer. I want you to come with me.
Het is een aanbod. Ik wil dat je met me meegaat.
I think he will be a good teacher.
Ik denk dat hij een goede leraar zal zijn.
My opinion.
Mijn mening.
Stop shouting or I will call the police!
Hou op met schreeuwen, of ik bel de politie!
It sounds like a threat.
Het klinkt als een dreigement.
Ask him again. Perhaps he'll change his mind.
Vraag het hem nog eens. Misschien verandert hij van gedachten.
It' s my opinion but I express lack of certainty here.
Het is mijn mening, maar hier druk ik onzekerheid uit.
Thanks for lending me the money. I'll pay you back on Friday.
Bedankt dat je me het geld geleend hebt. Ik zal het je vrijdag terugbetalen.
I promise.
Dat beloof ik.
I won't tell anyone what happened.
Ik zal niemand vertellen wat er gebeurd is.
I promise.
Dat beloof ik.
Will you please turn the music down? It's too loud.
Wil je de muziek alsjeblieft zachter zetten? Het is te hard.
A polite request. = please turn the music down.
Een beleefd verzoek. = zet de muziek alsjeblieft zachter.

Test jezelf

Zet het werkwoord in de juiste tijd. Let op de context.
I (help) _____ you with your homework later.
Zet het werkwoord in de juiste tijd. Let op de context.
I (make) _____ sure everything is ready as soon as possible.
Zet het werkwoord in de juiste tijd. Let op de context.
I (never/forget) _____ this moment.

3.Veelgestelde vragen

Wanneer gebruik je de tijd Future Simple (will) in het Engels?

De tijd Future Simple (will + werkwoord) gebruik je voor voorspellingen, beslissingen die je tijdens het praten neemt, en beloftes, aanbiedingen of verzoeken. Bijvoorbeeld: «⁠She's a good driver. She'll pass easily⁠» (voorspelling op basis van wat je weet), «⁠I'll call him now⁠» (net besloten), «⁠I'll pay you back on Friday⁠» (belofte). Voor plannen die al vastliggen, gebruik je meestal be going to of de tijd Present Continuous: «⁠I'm going to visit my aunt next week⁠».

I think it will rain of I think it rains: wat is juist?

«⁠I think it will rain tomorrow⁠» is juist: na I think, I'm sure of I suppose gebruik je will voor iets in de toekomst. In het Nederlands zeg je gewoon «⁠Ik denk dat het morgen regent⁠», maar in het Engels is «⁠I think it rains tomorrow⁠» fout. Hetzelfde geldt voor probably en perhaps: «⁠Perhaps he'll change his mind.⁠» Na I hope zijn beide vormen goed: «⁠I hope she gets the job⁠» en «⁠I hope she'll get the job⁠».

Ontkenning in de tijd Future Simple: will not, won't of not will?

Je zegt «⁠will not⁠» of de korte vorm «⁠won't⁠»: in de ontkenning van de tijd Future Simple staat not na will en vóór het werkwoord. Zeg «⁠I won't tell anyone⁠», niet «⁠I not will tell anyone⁠». Won't lijkt niet op will, maar het is echt de korte vorm van will not. In een vraag komt will vóór het onderwerp (subject): «⁠Will you help me?⁠», «⁠What will you do?⁠» Het werkwoord na will verandert nooit.

Will of would: wat gebruik je voor de toekomst?

Voor de toekomst in de tijd Future Simple gebruik je will: «⁠I will help you tomorrow⁠», niet «⁠I would help you tomorrow⁠». Would hoort niet bij de tijd Future Simple; je gebruikt het vooral voor situaties die je je voorstelt of die van een voorwaarde afhangen: «⁠I would help you, but I'm busy⁠». In verzoeken kan allebei: «⁠Will you turn the music down?⁠» en iets beleefder «⁠Would you turn the music down?⁠»

Betekent «⁠I will⁠» in het Engels hetzelfde als «⁠ik wil⁠»?

Nee: «⁠I will⁠» vormt de tijd Future Simple en zegt wat er gaat gebeuren, niet wat je wilt. «⁠I will go⁠» betekent dus dat je gaat, niet dat je wilt gaan. Voor «⁠ik wil⁠» zeg je in het Engels «⁠I want to⁠»: «⁠I want to go home⁠», niet «⁠I will go home⁠» als je bedoelt dat je naar huis wilt. Ook won't gaat niet over willen: «⁠I won't go⁠» betekent dat je niet zult gaan, of dat je weigert.

Klaar om dit onderwerp te oefenen?

Download de app en oefen dit onderwerp als een game — met XP, reeksen en directe feedback.